BWBR0032717
Geldig vanaf 02-11-2013
Artikel 9
Algemeen reglement Mondriaan Fonds
1. Tijdens de periode waarin een aanvrager aanspraak maakt op een subsidie van het fonds of een andere voorziening gefinancierd uit publieke middelen kan geen andere subsidie worden verstrekt die naar het oordeel van het bestuur in dezelfde dekking van kosten voorziet.
2. Geen subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten waarvan de resultaten grotendeels of geheel aan de aanvrager ten goede komen, zoals projecten op het gebied van bouwkundige voorzieningen.
3. Geen subsidie kan worden aangevraagd tijdens het volgen van een bachelor of masters op het gebied van de beeldende kunst.
4. Indien een beeldend kunstenaar een deeltijdopleiding, niet zijnde een bachelor, volgt van minder dan twintig uur per week kan wel een subsidie worden verstrekt indien
a. de aanvrager ten minste vier jaar professioneel werkzaam is geweest als kunstenaar, dan wel,
b. ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten heeft gevolgd en nadien ten minste een jaar professioneel werkzaam is.
De in dit lid bedoelde subsidie kan niet worden verstrekt voor het volgen van de in de vorige volzin bedoelde opleiding.
5. Behalve de beurzen praktijkverdieping kan geen subsidie worden aangevraagd tijdens de periode dat een kunstenaar deelnemer is aan postacademische instellingen zoals de Rijksakademie van Beeldende Kunsten/de Ateliers, de Jan van Eyck Academie, het EKWC of vergelijkbare instellingen in het buitenland.
6. Indien deelname aan een van de in het vierde of vijfde lid van dit artikel genoemde instellingen aanvangt in hetzelfde jaar waarin een of meerdere subsidies zijn verstrekt, heeft het bestuur het recht om deze geheel of naar rato terug te vorderen.
7. Geen subsidie wordt verstrekt voor:
a. honoraria van aanvragers,
b. louter educatieve projecten,
c. activiteiten die een overwegend toeristisch karakter hebben,
d. werkzaamheden, exploitatiekosten en investeringen die niet direct op de activiteit gericht zijn.
8. Het bestuur kan besluiten een aanvraag niet in behandeling te nemen indiien deze wordt ingediend binnen 12 maanden na de datum waarop het bevoegd adviesorgaan een negatief advies over een eerdere aanvraag voor een subsidie heeft uitgebracht, tenzij dit advies met name gebaseerd was op de inhoud van het plan waarvoor de subsidie was aangevraagd.
9. Het bestuur neemt een aanvraag niet in behandeling voordat, indien van toepassing, het verslag van een voor een eerdere periode verstrekte subsidie is goedgekeurd, tenzij er naar het oordeel van het bestuur zwaarwegende omstandigheden zijn.
10. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. aan of voor leden van de Raad van Toezicht van het fonds,
b. aan medewerkers van het fonds, onder wie het bestuur,
c. aan of voor een aanvrager die lid dan wel plaatsvervangend lid is van de adviescommissie die aanvragen voor de betreffende bijdrage beoordeelt.
2. Geen subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten waarvan de resultaten grotendeels of geheel aan de aanvrager ten goede komen, zoals projecten op het gebied van bouwkundige voorzieningen.
3. Geen subsidie kan worden aangevraagd tijdens het volgen van een bachelor of masters op het gebied van de beeldende kunst.
4. Indien een beeldend kunstenaar een deeltijdopleiding, niet zijnde een bachelor, volgt van minder dan twintig uur per week kan wel een subsidie worden verstrekt indien
a. de aanvrager ten minste vier jaar professioneel werkzaam is geweest als kunstenaar, dan wel,
b. ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten heeft gevolgd en nadien ten minste een jaar professioneel werkzaam is.
De in dit lid bedoelde subsidie kan niet worden verstrekt voor het volgen van de in de vorige volzin bedoelde opleiding.
5. Behalve de beurzen praktijkverdieping kan geen subsidie worden aangevraagd tijdens de periode dat een kunstenaar deelnemer is aan postacademische instellingen zoals de Rijksakademie van Beeldende Kunsten/de Ateliers, de Jan van Eyck Academie, het EKWC of vergelijkbare instellingen in het buitenland.
6. Indien deelname aan een van de in het vierde of vijfde lid van dit artikel genoemde instellingen aanvangt in hetzelfde jaar waarin een of meerdere subsidies zijn verstrekt, heeft het bestuur het recht om deze geheel of naar rato terug te vorderen.
7. Geen subsidie wordt verstrekt voor:
a. honoraria van aanvragers,
b. louter educatieve projecten,
c. activiteiten die een overwegend toeristisch karakter hebben,
d. werkzaamheden, exploitatiekosten en investeringen die niet direct op de activiteit gericht zijn.
8. Het bestuur kan besluiten een aanvraag niet in behandeling te nemen indiien deze wordt ingediend binnen 12 maanden na de datum waarop het bevoegd adviesorgaan een negatief advies over een eerdere aanvraag voor een subsidie heeft uitgebracht, tenzij dit advies met name gebaseerd was op de inhoud van het plan waarvoor de subsidie was aangevraagd.
9. Het bestuur neemt een aanvraag niet in behandeling voordat, indien van toepassing, het verslag van een voor een eerdere periode verstrekte subsidie is goedgekeurd, tenzij er naar het oordeel van het bestuur zwaarwegende omstandigheden zijn.
10. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. aan of voor leden van de Raad van Toezicht van het fonds,
b. aan medewerkers van het fonds, onder wie het bestuur,
c. aan of voor een aanvrager die lid dan wel plaatsvervangend lid is van de adviescommissie die aanvragen voor de betreffende bijdrage beoordeelt.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032717
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl