BWBR0033022
Geldig vanaf 16-12-2007
Artikel 3
NMa digitale werkwijze 2007
1. Een ambtenaar reikt bij aanvang van het bedrijfsbezoek de schriftelijke omschrijving van het doel en voorwerp van het onderzoek aan de onderneming uit.
2. Tijdens het bedrijfsbezoek kunnen digitale kopieën en forensische images worden gemaakt. Het maken van digitale kopieën en/of forensische images vindt uitsluitend plaats door een op dit terrein deskundige ambtenaar, dan wel door een ingevolge artikel 5:15, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht aangewezen specialist.
3. Indien door de ambtenaar vervaardigde digitale kopieën geprivilegieerde gegevens en/of privé-gegevens bevatten en de onderneming deze terstond kan aanwijzen, verwijdert de ambtenaar ter plaatse de betreffende gegevens uit die digitale kopie.
4. Na afloop van het bedrijfsbezoek verstrekt de ambtenaar ter plaatse aan de onderneming een overzicht van alle digitale gegevens, waarvan digitale kopieën zijn gemaakt met de daarbij berekende HASH-waarden, en van alle gegevensdragers, waarvan een forensische image is gemaakt met de daarbij berekende HASH-waarde.
5. Indien tijdens het bedrijfsbezoek de geprivilegieerde gegevens en/of privégegevens niet ter plaatse uit de vervaardigde digitale kopieën zijn verwijderd dan wel indien zich geprivilegieerde gegevens en/of privégegevens bevinden op een vervaardigde forensische image, heeft de onderneming de gelegenheid binnen 10 werkdagen na afloop van het bedrijfsbezoek schriftelijk gemotiveerd aan te geven welke gegevens geprivilegieerd zijn en welke gegevens privé zijn.
6. Indien de onderneming tijdens het bedrijfsbezoek heeft verklaard dat zich in de digitale kopieën geen geprivilegieerde gegevens en/of privé-gegevens bevinden, dan wel tijdens het bedrijfsbezoek heeft bevestigd dat alle geprivilegieerde gegevens en/of privégegevens ter plaatse zijn verwijderd, wordt haar de in lid 5 genoemde gelegenheid niet geboden.
7. Indien tijdens het bedrijfsbezoek forensische images zijn gemaakt, heeft de onderneming de gelegenheid binnen 10 werkdagen na afloop van het bedrijfsbezoek schriftelijk gemotiveerd aan te geven welke gegevens niet vallen binnen het doel en voorwerp van het onderzoek zoals vooraf kenbaar gemaakt. Dit geldt enkel met betrekking tot de zichtbare gegevens op de forensische images.
8. De in lid 7 genoemde gegevens zijn gegevens van personen waarvan geen vermoeden bestaat dat zij betrokken zijn bij activiteiten die het doel en voorwerp van het onderzoek betreffen, dan wel gegevens die naar hun aard redelijkerwijs niet binnen het doel en voorwerp van het onderzoek kunnen vallen.
2. Tijdens het bedrijfsbezoek kunnen digitale kopieën en forensische images worden gemaakt. Het maken van digitale kopieën en/of forensische images vindt uitsluitend plaats door een op dit terrein deskundige ambtenaar, dan wel door een ingevolge artikel 5:15, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht aangewezen specialist.
3. Indien door de ambtenaar vervaardigde digitale kopieën geprivilegieerde gegevens en/of privé-gegevens bevatten en de onderneming deze terstond kan aanwijzen, verwijdert de ambtenaar ter plaatse de betreffende gegevens uit die digitale kopie.
4. Na afloop van het bedrijfsbezoek verstrekt de ambtenaar ter plaatse aan de onderneming een overzicht van alle digitale gegevens, waarvan digitale kopieën zijn gemaakt met de daarbij berekende HASH-waarden, en van alle gegevensdragers, waarvan een forensische image is gemaakt met de daarbij berekende HASH-waarde.
5. Indien tijdens het bedrijfsbezoek de geprivilegieerde gegevens en/of privégegevens niet ter plaatse uit de vervaardigde digitale kopieën zijn verwijderd dan wel indien zich geprivilegieerde gegevens en/of privégegevens bevinden op een vervaardigde forensische image, heeft de onderneming de gelegenheid binnen 10 werkdagen na afloop van het bedrijfsbezoek schriftelijk gemotiveerd aan te geven welke gegevens geprivilegieerd zijn en welke gegevens privé zijn.
6. Indien de onderneming tijdens het bedrijfsbezoek heeft verklaard dat zich in de digitale kopieën geen geprivilegieerde gegevens en/of privé-gegevens bevinden, dan wel tijdens het bedrijfsbezoek heeft bevestigd dat alle geprivilegieerde gegevens en/of privégegevens ter plaatse zijn verwijderd, wordt haar de in lid 5 genoemde gelegenheid niet geboden.
7. Indien tijdens het bedrijfsbezoek forensische images zijn gemaakt, heeft de onderneming de gelegenheid binnen 10 werkdagen na afloop van het bedrijfsbezoek schriftelijk gemotiveerd aan te geven welke gegevens niet vallen binnen het doel en voorwerp van het onderzoek zoals vooraf kenbaar gemaakt. Dit geldt enkel met betrekking tot de zichtbare gegevens op de forensische images.
8. De in lid 7 genoemde gegevens zijn gegevens van personen waarvan geen vermoeden bestaat dat zij betrokken zijn bij activiteiten die het doel en voorwerp van het onderzoek betreffen, dan wel gegevens die naar hun aard redelijkerwijs niet binnen het doel en voorwerp van het onderzoek kunnen vallen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033022
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl