BWBR0033022
Geldig vanaf 16-12-2007
Artikel 6
NMa digitale werkwijze 2007
1. Een op dit terrein deskundige ambtenaar plaatst de door de onderneming overeenkomstig artikel 3, vijfde lid, aangewezen geprivilegieerde gegevens en/of privé-gegevens buiten de omgeving van het onderzoek.
2. Een functionaris toetst de door de onderneming aangewezen geprivilegieerde gegevens die buiten de omgeving van het onderzoek zijn geplaatst.
3. Indien de functionaris bevestigt dat het om geprivilegieerde gegevens gaat, stelt hij de onderneming hierover schriftelijk in kennis en vernietigt hij deze gegevens. De functionaris maakt hiervan een verslag op.
4. Indien de functionaris van oordeel is dat de door de onderneming aangewezen geprivilegieerde gegevens niet als zodanig kunnen worden aangemerkt, dan stelt hij de onderneming hiervan schriftelijk in kennis. De onderneming krijgt de gelegenheid om binnen 5 werkdagen na verzending van deze kennisgeving schriftelijk nader toe te lichten waarom het naar haar mening wel gaat om geprivilegieerde gegevens.
5. Blijft de functionaris ook na de toelichting van oordeel dat de door de onderneming aangewezen geprivilegieerde gegevens niet als zodanig kunnen worden aangemerkt, dan stelt hij de onderneming hiervan schriftelijk in kennis. Deze kennisgeving bevat tevens de datum waarop de gegevens weer bij de onderzoeksgegevens zullen worden gevoegd.
6. Komt de functionaris na de toelichting van de onderneming alsnog tot het oordeel dat het inderdaad om geprivilegieerde gegevens gaat, dan stelt hij de onderneming hiervan schriftelijk in kennis en vernietigt hij deze gegevens. De functionaris maakt van die vernietiging een verslag op.
7. Een ambtenaar toetst de door de onderneming aangewezen privé-gegevens en stelt de onderneming in kennis van zijn bevindingen.
2. Een functionaris toetst de door de onderneming aangewezen geprivilegieerde gegevens die buiten de omgeving van het onderzoek zijn geplaatst.
3. Indien de functionaris bevestigt dat het om geprivilegieerde gegevens gaat, stelt hij de onderneming hierover schriftelijk in kennis en vernietigt hij deze gegevens. De functionaris maakt hiervan een verslag op.
4. Indien de functionaris van oordeel is dat de door de onderneming aangewezen geprivilegieerde gegevens niet als zodanig kunnen worden aangemerkt, dan stelt hij de onderneming hiervan schriftelijk in kennis. De onderneming krijgt de gelegenheid om binnen 5 werkdagen na verzending van deze kennisgeving schriftelijk nader toe te lichten waarom het naar haar mening wel gaat om geprivilegieerde gegevens.
5. Blijft de functionaris ook na de toelichting van oordeel dat de door de onderneming aangewezen geprivilegieerde gegevens niet als zodanig kunnen worden aangemerkt, dan stelt hij de onderneming hiervan schriftelijk in kennis. Deze kennisgeving bevat tevens de datum waarop de gegevens weer bij de onderzoeksgegevens zullen worden gevoegd.
6. Komt de functionaris na de toelichting van de onderneming alsnog tot het oordeel dat het inderdaad om geprivilegieerde gegevens gaat, dan stelt hij de onderneming hiervan schriftelijk in kennis en vernietigt hij deze gegevens. De functionaris maakt van die vernietiging een verslag op.
7. Een ambtenaar toetst de door de onderneming aangewezen privé-gegevens en stelt de onderneming in kennis van zijn bevindingen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033022
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl