BWBR0033329
Geldig vanaf 01-03-2004
Artikel 14
Klachtenregeling Faunafonds
1. Een advies als bedoeld in artikel 13 wordt eerst uitgebracht, nadat klager en indien er sprake is van een klacht jegens een bestuurslid of medewerker dat bestuurslid of die medewerker, in de gelegenheid is gesteld zich te doen horen en daarvan een schriftelijk verslag is opgemaakt dat ter kennis wordt gebracht van alle betrokken partijen.
2. Indien hoor en wederhoor ertoe leidt dat naar het oordeel van de klager voldoende is tegemoetgekomen aan de klacht, vervalt de verplichting tot het verder volgen van de in deze regeling voorgeschreven procedure.
3. Als klager met de klacht naar het oordeel van de klachtencommissie geen aantoonbaar in redelijkheid te dienen belang heeft, wordt de klacht slechts marginaal inhoudelijk behandeld.
4. Indien een klager een klacht indient, waarover de klachtencommissie zich al eens heeft uitgesproken is klager gehouden nieuwe feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
5. Wanneer geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan de klachtencommissie de klacht onder verwijzing naar zijn eerdere advies afdoen.
2. Indien hoor en wederhoor ertoe leidt dat naar het oordeel van de klager voldoende is tegemoetgekomen aan de klacht, vervalt de verplichting tot het verder volgen van de in deze regeling voorgeschreven procedure.
3. Als klager met de klacht naar het oordeel van de klachtencommissie geen aantoonbaar in redelijkheid te dienen belang heeft, wordt de klacht slechts marginaal inhoudelijk behandeld.
4. Indien een klager een klacht indient, waarover de klachtencommissie zich al eens heeft uitgesproken is klager gehouden nieuwe feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
5. Wanneer geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan de klachtencommissie de klacht onder verwijzing naar zijn eerdere advies afdoen.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033329
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl