BWBR0033415
Geldig vanaf 01-04-2013
Artikel 10
Werkwijze geschilbeslechting energie
1. Na ontvangst van de aanvraag zendt de ACM een afschrift van de aanvraag en van daarbij ingediende gegevens en bescheiden aan de netbeheerder, voor zover er geen gegevens vertrouwelijk zijn jegens de netbeheerder.
2. De ACM stelt de netbeheerder in de gelegenheid op de aanvraag en de daarbij ingediende gegevens en bescheiden schriftelijk zijn zienswijze te geven.
3. De termijn voor het indienen van de zienswijze is drie weken na dagtekening van een daartoe strekkend verzoek van de ACM. Indien de ACM hiertoe gelet op de aard van het geschil aanleiding ziet, wordt de termijn beperkt tot twee weken.
4. De netbeheerder verstrekt bij de zienswijze, voor zover niet reeds door aanvrager verstrekt, op grond van artikel 7 van de Elektriciteitswet 1998 respectievelijk artikel 35 van de Gaswet de benodigde gegevens en bescheiden voor behandeling van de aanvraag:
a) afschriften van correspondentie;
b) overige gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager beschikt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
5. Indien sprake is van vertegenwoordiging overlegt de vertegenwoordiger een machtiging en de bijbehorende uittreksels van de Kamer van Koophandel waaruit de bevoegdheid blijkt.
6. De netbeheerder geeft gemotiveerd aan of en zo ja, welke gegevens vertrouwelijk zijn jegens de aanvrager.
2. De ACM stelt de netbeheerder in de gelegenheid op de aanvraag en de daarbij ingediende gegevens en bescheiden schriftelijk zijn zienswijze te geven.
3. De termijn voor het indienen van de zienswijze is drie weken na dagtekening van een daartoe strekkend verzoek van de ACM. Indien de ACM hiertoe gelet op de aard van het geschil aanleiding ziet, wordt de termijn beperkt tot twee weken.
4. De netbeheerder verstrekt bij de zienswijze, voor zover niet reeds door aanvrager verstrekt, op grond van artikel 7 van de Elektriciteitswet 1998 respectievelijk artikel 35 van de Gaswet de benodigde gegevens en bescheiden voor behandeling van de aanvraag:
a) afschriften van correspondentie;
b) overige gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager beschikt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
5. Indien sprake is van vertegenwoordiging overlegt de vertegenwoordiger een machtiging en de bijbehorende uittreksels van de Kamer van Koophandel waaruit de bevoegdheid blijkt.
6. De netbeheerder geeft gemotiveerd aan of en zo ja, welke gegevens vertrouwelijk zijn jegens de aanvrager.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033415
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl