BWBR0033951
Geldig vanaf 21-12-2013
Artikel 3a
Verordening PT erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013
1. Het is een ondernemer verboden een perceel met een hellingspercentage van 2% of meer voor fruitteelt te gebruiken.
2. De ondernemer mag van het bepaalde in het eerste lid afwijken op voorwaarde dat hij:
a. het gras in de boomgaard niet korter maait dan 5 cm, en
b. op een perceel met een hellingspercentage tot 5% de hellingslengte in gebruik voor fruitteelt minder bedraagt dan 300 meter, tenzij het wordt onderbroken door een niet-erosiebevorderend gewas dan wel een extra wendakker, en
c. op een perceel met een hellingspercentage van 5% of meer de hellingslengte in gebruik voor fruitteelt minder bedraagt dan 200 meter, tenzij het wordt onderbroken dooreen niet-erosiebevorderend gewas dan wel een extra wendakker, en
d. op een perceel met een hellingspercentage van 5% of meer het mulch/snoeihout onder de bomen niet ruimt vóór 15 juni van elk jaar.
3. Het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a. en d., geldt niet voor fruitteelt waarbij de boomrijen dwars op de helling zijn gelegen en er geen eenduidig concentratiepunt is voor het oppervlakkig afstromende water.
2. De ondernemer mag van het bepaalde in het eerste lid afwijken op voorwaarde dat hij:
a. het gras in de boomgaard niet korter maait dan 5 cm, en
b. op een perceel met een hellingspercentage tot 5% de hellingslengte in gebruik voor fruitteelt minder bedraagt dan 300 meter, tenzij het wordt onderbroken door een niet-erosiebevorderend gewas dan wel een extra wendakker, en
c. op een perceel met een hellingspercentage van 5% of meer de hellingslengte in gebruik voor fruitteelt minder bedraagt dan 200 meter, tenzij het wordt onderbroken dooreen niet-erosiebevorderend gewas dan wel een extra wendakker, en
d. op een perceel met een hellingspercentage van 5% of meer het mulch/snoeihout onder de bomen niet ruimt vóór 15 juni van elk jaar.
3. Het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a. en d., geldt niet voor fruitteelt waarbij de boomrijen dwars op de helling zijn gelegen en er geen eenduidig concentratiepunt is voor het oppervlakkig afstromende water.
- Citeren als
- Art. 3a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033951
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl