BWBR0034331
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 79
Wet op de Kamer van Koophandel
1. Artikel 18, eerste lid, eerste volzin, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenen artikel 34, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenvinden ten aanzien van de Kamer voor de eerste maal toepassing in het jaar volgend op het jaar waarin artikel 2van deze wet in werking treedt.
2. Indien artikel 2, artikel 69onderscheidenlijk artikel 70in werking treedt op 1 januari van enig jaar, stelt de Kamer voor 15 maart van dat jaar het jaarverslag over het voorafgaande jaar van de desbetreffende voormalige organisatie of organisaties op. Het jaarverslag wordt opgesteld in overeenstemming met de voor de desbetreffende voormalige organisatie geldende voorschriften voor de jaarverslaglegging.
3. Indien artikel 2, artikel 69onderscheidenlijk artikel 70op een ander tijdstip dan 1 januari van enig jaar in werking treedt, stelt de Kamer voor 15 maart van het jaar volgend op die inwerkingtreding een verslag op van de taakuitoefening en het gevoerde beleid door de desbetreffende voormalige organisatie in de periode tot inwerkingtreding van het desbetreffende artikel. Het verslag wordt zoveel mogelijk gedaan in overeenstemming met de in die periode voor die organisatie geldende voorschriften voor de jaarverslaglegging.
4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de jaarrekening dan wel op het afleggen van rekening en verantwoording van het financieel beheer en van de geleverde prestaties door de desbetreffende voormalige organisatie in de periode tot aan inwerkingtreding van het desbetreffende artikel. Rekening en verantwoording worden zoveel mogelijk afgelegd in overeenstemming met de in die periode voor die organisatie geldende voorschriften voor de jaarrekening.
5. De Kamer doet voor 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarin artikel 2in werking treedt verslag van de taakuitoefening en het gevoerde beleid door de Kamer in de periode tussen inwerkingtreding van artikel 2 en het einde van dat jaar. Artikel 18, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenen artikel 19, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenzijn van overeenkomstige toepassing.
6. De Kamer legt voor 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarin artikel 2in werking treedt rekening en verantwoording af van het financieel beheer en van de geleverde prestaties door de Kamer in de periode tussen inwerkingtreding van artikel 2 en het einde van dat jaar. Artikel 34, tweede en derde lid van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenen artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenzijn van overeenkomstige toepassing.
2. Indien artikel 2, artikel 69onderscheidenlijk artikel 70in werking treedt op 1 januari van enig jaar, stelt de Kamer voor 15 maart van dat jaar het jaarverslag over het voorafgaande jaar van de desbetreffende voormalige organisatie of organisaties op. Het jaarverslag wordt opgesteld in overeenstemming met de voor de desbetreffende voormalige organisatie geldende voorschriften voor de jaarverslaglegging.
3. Indien artikel 2, artikel 69onderscheidenlijk artikel 70op een ander tijdstip dan 1 januari van enig jaar in werking treedt, stelt de Kamer voor 15 maart van het jaar volgend op die inwerkingtreding een verslag op van de taakuitoefening en het gevoerde beleid door de desbetreffende voormalige organisatie in de periode tot inwerkingtreding van het desbetreffende artikel. Het verslag wordt zoveel mogelijk gedaan in overeenstemming met de in die periode voor die organisatie geldende voorschriften voor de jaarverslaglegging.
4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de jaarrekening dan wel op het afleggen van rekening en verantwoording van het financieel beheer en van de geleverde prestaties door de desbetreffende voormalige organisatie in de periode tot aan inwerkingtreding van het desbetreffende artikel. Rekening en verantwoording worden zoveel mogelijk afgelegd in overeenstemming met de in die periode voor die organisatie geldende voorschriften voor de jaarrekening.
5. De Kamer doet voor 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarin artikel 2in werking treedt verslag van de taakuitoefening en het gevoerde beleid door de Kamer in de periode tussen inwerkingtreding van artikel 2 en het einde van dat jaar. Artikel 18, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenen artikel 19, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenzijn van overeenkomstige toepassing.
6. De Kamer legt voor 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarin artikel 2in werking treedt rekening en verantwoording af van het financieel beheer en van de geleverde prestaties door de Kamer in de periode tussen inwerkingtreding van artikel 2 en het einde van dat jaar. Artikel 34, tweede en derde lid van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenen artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenzijn van overeenkomstige toepassing.