BWBR0035049
Geldig vanaf 19-04-2014
Artikel 50
Nadere voorschriften op de praktijkopleidingen
1. In afwijking van artikel 47, eerste lid wordt een trainee die:
a. gedurende twaalf jaren voorafgaand aan de toelating tot de praktijkopleiding beroepswerkzaamheden heeft verricht op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar ten aanzien van drie van de kritische beroepssituaties, waaronder ten minste de situaties van assurance opdrachen en aan assurance verwante opdrachten;
b. door de verrichte beroepswerkzaamheden naar het oordeel van het bestuur een kennis- en ervaringsniveau heeft bereikt dat gelijkwaardig is aan het niveau dat wordt vereist voor de afronding van de praktijkopleiding AA; en
c. een dossier indient waaruit blijkt dat hij voldoet aan de eisen, bedoeld in de onderdeel a en b, wordt toegelaten tot een assessment ter vervanging van het eindgesprek.
2. Gedurende het assessment wordt beoordeeld of een trainee voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b. Het assessment vindt plaats op grondslag van het dossier, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
3. Een trainee verzoekt schriftelijk om toepassing van het eerste lid.
4. Aan de toepassing van het eerste lid kan het bestuur voorwaarden verbinden.
5. In het geval een assessment met succes wordt afgesloten, blijven de volgende bepalingen tenaanzien van de trainee buiten toepassing:
a. artikel 35, eerste lid;
b. artikel 38;
c. artikel 39;
d. artikel 41;
e. artikel 47.
a. gedurende twaalf jaren voorafgaand aan de toelating tot de praktijkopleiding beroepswerkzaamheden heeft verricht op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar ten aanzien van drie van de kritische beroepssituaties, waaronder ten minste de situaties van assurance opdrachen en aan assurance verwante opdrachten;
b. door de verrichte beroepswerkzaamheden naar het oordeel van het bestuur een kennis- en ervaringsniveau heeft bereikt dat gelijkwaardig is aan het niveau dat wordt vereist voor de afronding van de praktijkopleiding AA; en
c. een dossier indient waaruit blijkt dat hij voldoet aan de eisen, bedoeld in de onderdeel a en b, wordt toegelaten tot een assessment ter vervanging van het eindgesprek.
2. Gedurende het assessment wordt beoordeeld of een trainee voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b. Het assessment vindt plaats op grondslag van het dossier, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
3. Een trainee verzoekt schriftelijk om toepassing van het eerste lid.
4. Aan de toepassing van het eerste lid kan het bestuur voorwaarden verbinden.
5. In het geval een assessment met succes wordt afgesloten, blijven de volgende bepalingen tenaanzien van de trainee buiten toepassing:
a. artikel 35, eerste lid;
b. artikel 38;
c. artikel 39;
d. artikel 41;
e. artikel 47.
- Citeren als
- Art. 50
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035049
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl