BWBR0035049
Geldig vanaf 19-04-2014
Artikel 35
Nadere voorschriften op de praktijkopleidingen
1. Bij de aanvang van de praktijkopleiding stelt de trainee in overleg met de praktijkbegeleider een persoonlijk ontwikkelingsplan op.
2. Een persoonlijk ontwikkelingsplan wordt uiterlijk ingediend en door de praktijkbegeleider beoordeeld binnen zes weken na de aanvang van de praktijkopleiding AA.
3. Uit een persoonlijk ontwikkelingsplan blijkt de planning van de trainee over de wijze waarop hij zal voldoen aan de bij en krachtens de verordening gestelde eisen.
4. De trainee kan in overleg met de praktijkbegeleider het persoonlijk ontwikkelingsplan aanpassen. De aanpassing vindt plaats door een nieuw persoonlijk ontwikkelingsplan in te dienen danwel in het essay aan te geven waar van het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt afgeweken.
2. Een persoonlijk ontwikkelingsplan wordt uiterlijk ingediend en door de praktijkbegeleider beoordeeld binnen zes weken na de aanvang van de praktijkopleiding AA.
3. Uit een persoonlijk ontwikkelingsplan blijkt de planning van de trainee over de wijze waarop hij zal voldoen aan de bij en krachtens de verordening gestelde eisen.
4. De trainee kan in overleg met de praktijkbegeleider het persoonlijk ontwikkelingsplan aanpassen. De aanpassing vindt plaats door een nieuw persoonlijk ontwikkelingsplan in te dienen danwel in het essay aan te geven waar van het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt afgeweken.
- Citeren als
- Art. 35
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035049
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl