BWBR0035049
Geldig vanaf 19-04-2014
Artikel 20
Nadere voorschriften op de praktijkopleidingen
1. Een beoordelaar voldoet aan het door het bestuur vastgestelde competentieprofiel voor beoordelaars. In het competentieprofiel wordt het moment bepaald waarop beoordelaars voor het eerst aan het competentieprofiel voldoen.
2. Een beoordelaar kan worden aangesteld met tevens een bevoegdheid om namens het stagebureau waaraan de beoordelaar is verbonden, toezicht te houden op de kwaliteit van de taakuitoefening door de aan het stagebureau verbonden praktijkbegeleiders.
3. Een beoordelaar treedt niet op als beoordelaar van een trainee met wie hij in een zakelijke of persoonlijke relatie staat die een bedreiging vormt voor een goede uitoefening van zijn taken.
4. Een beoordelaar treedt niet tevens op als praktijkbegeleider binnen een stagebureau waaraan hij als beoordelaar is verbonden.
5. Het bestuur wijst een andere beoordelaar aan als het bestuur de beoordelaar ongeschikt acht om als beoordelaar op te treden. Het bestuur stelt hiervan de beoordelaar en de trainee schriftelijk op de hoogte.
2. Een beoordelaar kan worden aangesteld met tevens een bevoegdheid om namens het stagebureau waaraan de beoordelaar is verbonden, toezicht te houden op de kwaliteit van de taakuitoefening door de aan het stagebureau verbonden praktijkbegeleiders.
3. Een beoordelaar treedt niet op als beoordelaar van een trainee met wie hij in een zakelijke of persoonlijke relatie staat die een bedreiging vormt voor een goede uitoefening van zijn taken.
4. Een beoordelaar treedt niet tevens op als praktijkbegeleider binnen een stagebureau waaraan hij als beoordelaar is verbonden.
5. Het bestuur wijst een andere beoordelaar aan als het bestuur de beoordelaar ongeschikt acht om als beoordelaar op te treden. Het bestuur stelt hiervan de beoordelaar en de trainee schriftelijk op de hoogte.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035049
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl