BWBR0035886
Geldig vanaf 10-12-2014
Artikel 8
Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs
1. Een bevoegd gezag kan bij het Vervangingsfonds een schriftelijke aanvraag indienen tot verlening van het eigenrisicodragerschap.
2. Het Vervangingsfonds verleent het eigenrisicodragerschap per 1 augustus.
3. Uiterlijk acht weken voorafgaand aan deze datum dient de aanvraag door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen.
4. Het Vervangingsfonds verleent aan een bevoegd gezag dat een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan en een ERD-som heeft lager dan 20 miljoen euro het eigenrisicodragerschap, indien het heeft voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. het bevoegd gezag toont aan dat de aanvraag met instemming van de PMR of, indien er sprake is van een PGMR, van de PGMR, is gedaan. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt;
b. het bevoegd gezag toont aan dat het een met instemming van de PMR of, indien er sprake is van een PGMR, van de PGMR, vastgesteld verzuim- en vervangingsbeleid heeft. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt;
c. het bevoegd gezag toont aan dat de PMR of, indien er sprake is van een PGMR, de PGMR, heeft ingestemd met een rapportage over succesvol uitgevoerd verzuim- en vervangingsbeleid gedurende minimaal een kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt;
d. het bevoegd gezag toont aan: 1° dat het in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag een verzuimpercentage heeft van ten hoogste het gemiddelde ziekteverzuimpercentage in het primair onderwijs in Nederland in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag; of
2° dat sprake is van een daling van het ziekteverzuimpercentage van het bevoegd gezag in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan de aanvraag met ten minste 10 procent ten opzichte van het derde kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag.
1° dat het in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag een verzuimpercentage heeft van ten hoogste het gemiddelde ziekteverzuimpercentage in het primair onderwijs in Nederland in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag; of
2° dat sprake is van een daling van het ziekteverzuimpercentage van het bevoegd gezag in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan de aanvraag met ten minste 10 procent ten opzichte van het derde kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag.
5. Het bestuur stelt per kalenderjaar het ziekteverzuimpercentage als bedoeld in het vierde lid, onder d, onder 1° vast en baseert dit percentage op het gemiddelde ziekteverzuimpercentage in het primair onderwijs in Nederland van twee kalenderjaren hieraan voorafgaand.
6. Het Vervangingsfonds toetst het verzuimpercentage van het bevoegd gezag als bedoeld in het vierde lid, onder d op basis van de door het bevoegd gezag aan DUO aangeleverde gegevens.
7. Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, besluit het Vervangingsfonds of het eigenrisicodragerschap wordt verleend.
2. Het Vervangingsfonds verleent het eigenrisicodragerschap per 1 augustus.
3. Uiterlijk acht weken voorafgaand aan deze datum dient de aanvraag door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen.
4. Het Vervangingsfonds verleent aan een bevoegd gezag dat een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan en een ERD-som heeft lager dan 20 miljoen euro het eigenrisicodragerschap, indien het heeft voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. het bevoegd gezag toont aan dat de aanvraag met instemming van de PMR of, indien er sprake is van een PGMR, van de PGMR, is gedaan. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt;
b. het bevoegd gezag toont aan dat het een met instemming van de PMR of, indien er sprake is van een PGMR, van de PGMR, vastgesteld verzuim- en vervangingsbeleid heeft. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt;
c. het bevoegd gezag toont aan dat de PMR of, indien er sprake is van een PGMR, de PGMR, heeft ingestemd met een rapportage over succesvol uitgevoerd verzuim- en vervangingsbeleid gedurende minimaal een kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt;
d. het bevoegd gezag toont aan: 1° dat het in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag een verzuimpercentage heeft van ten hoogste het gemiddelde ziekteverzuimpercentage in het primair onderwijs in Nederland in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag; of
2° dat sprake is van een daling van het ziekteverzuimpercentage van het bevoegd gezag in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan de aanvraag met ten minste 10 procent ten opzichte van het derde kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag.
1° dat het in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag een verzuimpercentage heeft van ten hoogste het gemiddelde ziekteverzuimpercentage in het primair onderwijs in Nederland in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag; of
2° dat sprake is van een daling van het ziekteverzuimpercentage van het bevoegd gezag in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan de aanvraag met ten minste 10 procent ten opzichte van het derde kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag.
5. Het bestuur stelt per kalenderjaar het ziekteverzuimpercentage als bedoeld in het vierde lid, onder d, onder 1° vast en baseert dit percentage op het gemiddelde ziekteverzuimpercentage in het primair onderwijs in Nederland van twee kalenderjaren hieraan voorafgaand.
6. Het Vervangingsfonds toetst het verzuimpercentage van het bevoegd gezag als bedoeld in het vierde lid, onder d op basis van de door het bevoegd gezag aan DUO aangeleverde gegevens.
7. Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, besluit het Vervangingsfonds of het eigenrisicodragerschap wordt verleend.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035886
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl