BWBR0036085
Geldig vanaf 01-01-2015
Artikel 16
Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film
1. Aanvragen kunnen vanaf het moment dat er een uitvoeringsovereenkomst ter uitwerking van de realiseringssubsidie van het Fonds voor de speelfilm of documentaire is afgesloten tot uiterlijk zes weken voor de aanvang van de betreffende internationale distributie worden ingediend.
2. De filmproductie moet met minstens 5 (DCP) kopieën in theatrical release gaan in het desbetreffende land, met uitzondering van documentaires waarvoor een minimum van 3 (DCP) geldt
3. De majoritaire Nederlandse producent en salesagent dienen de aanvraag schriftelijk te ondersteunen.
4. De aanvrager dient in de aanvraag een gedegen onderbouwing te geven van de noodzaak van de kosten die met de internationale distributie gemoeid zijn. Dat houdt in ieder geval in dat indien er een financiële bijdrage gevraagd wordt ter tegemoetkoming in de kosten voor:
– de uitbreng in bioscopen in het buitenland door een buitenlandse distributeur, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, de distributieovereenkomst van de buitenlandse distributeur met de producent bij de aanvraag wordt overgelegd alsmede een distributieplan, een financieringsplan en marketing- & distributiebegroting voor de uitbreng in de bioscoop;
– dubbing ten behoeve van de verdere exploitatie in het buitenland, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, de overeenkomst van de salesagent met de producent bij de aanvraag wordt overgelegd alsmede een onderbouwing waarom dubbing noodzakelijk zou zijn en een specificatie van de bijbehorende begroting.
2. De filmproductie moet met minstens 5 (DCP) kopieën in theatrical release gaan in het desbetreffende land, met uitzondering van documentaires waarvoor een minimum van 3 (DCP) geldt
3. De majoritaire Nederlandse producent en salesagent dienen de aanvraag schriftelijk te ondersteunen.
4. De aanvrager dient in de aanvraag een gedegen onderbouwing te geven van de noodzaak van de kosten die met de internationale distributie gemoeid zijn. Dat houdt in ieder geval in dat indien er een financiële bijdrage gevraagd wordt ter tegemoetkoming in de kosten voor:
– de uitbreng in bioscopen in het buitenland door een buitenlandse distributeur, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, de distributieovereenkomst van de buitenlandse distributeur met de producent bij de aanvraag wordt overgelegd alsmede een distributieplan, een financieringsplan en marketing- & distributiebegroting voor de uitbreng in de bioscoop;
– dubbing ten behoeve van de verdere exploitatie in het buitenland, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, de overeenkomst van de salesagent met de producent bij de aanvraag wordt overgelegd alsmede een onderbouwing waarom dubbing noodzakelijk zou zijn en een specificatie van de bijbehorende begroting.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036085
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl