BWBR0036113
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 6
Subsidieregeling Stichting het Juridisch Loket 2013
1. Het bestuur beschikt vóór 31 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, op de subsidieaanvraag van de stichting.
2. Indien vóór 31 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, nog niet beschikt is op de subsidieaanvraag van de stichting, treft het bestuur, op verzoek van de stichting, een voorziening om de continuïteit van de werkzaamheden van de stichting te verzekeren.
3. Een subsidie ten laste van een begroting van de Raad die nog niet is goedgekeurd door de Minister, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.
4. In de beschikking tot subsidieverlening kan het bestuur bepalen dat het subsidiebedrag door hem wordt bijgesteld, indien het bestuur dat met het oog op de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden nodig acht.
5. Met het oog op de toepassing van het vierde lid kan het bestuur in de beschikking tot subsidieverlening tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
6. Indien een subsidie met toepassing van het vierde lid wordt bijgesteld, wordt de bevoorschotting overeenkomstig gewijzigd.
7. In de beschikking tot subsidieverlening worden de aard en de omvang van de door de stichting in het boekjaar te leveren producten en te verrichten diensten en activiteiten aangegeven.
8. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuur de subsidie intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien een verzoek tot faillietverklaring is ingediend dan wel aan de stichting surséance van betaling is verleend en naar het oordeel van het bestuur, de bewindvoerder gehoord, een gunstige ontwikkeling niet is te verwachten.
2. Indien vóór 31 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, nog niet beschikt is op de subsidieaanvraag van de stichting, treft het bestuur, op verzoek van de stichting, een voorziening om de continuïteit van de werkzaamheden van de stichting te verzekeren.
3. Een subsidie ten laste van een begroting van de Raad die nog niet is goedgekeurd door de Minister, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.
4. In de beschikking tot subsidieverlening kan het bestuur bepalen dat het subsidiebedrag door hem wordt bijgesteld, indien het bestuur dat met het oog op de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden nodig acht.
5. Met het oog op de toepassing van het vierde lid kan het bestuur in de beschikking tot subsidieverlening tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
6. Indien een subsidie met toepassing van het vierde lid wordt bijgesteld, wordt de bevoorschotting overeenkomstig gewijzigd.
7. In de beschikking tot subsidieverlening worden de aard en de omvang van de door de stichting in het boekjaar te leveren producten en te verrichten diensten en activiteiten aangegeven.
8. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuur de subsidie intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien een verzoek tot faillietverklaring is ingediend dan wel aan de stichting surséance van betaling is verleend en naar het oordeel van het bestuur, de bewindvoerder gehoord, een gunstige ontwikkeling niet is te verwachten.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036113
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl