BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 16.97
Omgevingswet
1. Belanghebbenden kunnen bij de rechtbank schriftelijk bedenkingen inbrengen tegen de onteigeningsbeschikking. Als belanghebbenden worden in ieder geval aangemerkt:
a. eigenaren,
b. erfpachters,
c. opstallers,
d. eigenaren van een heersend erf,
e. rechthebbenden op rechten van gebruik en bewoning,
f. rechthebbenden op rechten als bedoeld in artikel 150, vijfde lid, van de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek,
g. bezitters,
h. huurkopers,
i. huurders, waaronder ook onderhuurders aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd,
j. pachters, waaronder ook onderpachters aan wie bevoegdelijk is onderverpacht, en
k. schuldeisers die de nakoming van een verplichting als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek kunnen vorderen.
2. De artikelen 6:5, eerste en derde lid, en 6:6 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing.
a. eigenaren,
b. erfpachters,
c. opstallers,
d. eigenaren van een heersend erf,
e. rechthebbenden op rechten van gebruik en bewoning,
f. rechthebbenden op rechten als bedoeld in artikel 150, vijfde lid, van de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek,
g. bezitters,
h. huurkopers,
i. huurders, waaronder ook onderhuurders aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd,
j. pachters, waaronder ook onderpachters aan wie bevoegdelijk is onderverpacht, en
k. schuldeisers die de nakoming van een verplichting als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek kunnen vorderen.
2. De artikelen 6:5, eerste en derde lid, en 6:6 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing.