BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 18.15
Omgevingswet
1. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van:
a. op grond van artikel 4.3, derde lid, aanhef en onder c, onder 2°, gestelde regels,
b. op grond van artikel 4.3, vierde lid, in verbinding met het derde lid, aanhef en onder c, onder 2°, gestelde regels,
c. het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, onder 4°,
d. het verbod, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, aanhef en onder f, met betrekking tot een hoofdspoorweg, lokale spoorweg of bijzondere spoorweg.
2. Als de overtreding betrekking heeft op een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, is artikel 80 van de Spoorwegwetvan overeenkomstige toepassing.
3. Als de overtreding betrekking heeft op een lokale spoorweg, is artikel 44 van de Wet lokaal spoorvan overeenkomstige toepassing.
a. op grond van artikel 4.3, derde lid, aanhef en onder c, onder 2°, gestelde regels,
b. op grond van artikel 4.3, vierde lid, in verbinding met het derde lid, aanhef en onder c, onder 2°, gestelde regels,
c. het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, onder 4°,
d. het verbod, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, aanhef en onder f, met betrekking tot een hoofdspoorweg, lokale spoorweg of bijzondere spoorweg.
2. Als de overtreding betrekking heeft op een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, is artikel 80 van de Spoorwegwetvan overeenkomstige toepassing.
3. Als de overtreding betrekking heeft op een lokale spoorweg, is artikel 44 van de Wet lokaal spoorvan overeenkomstige toepassing.