BWBR0038054
Geldig vanaf 2023-02-22
Artikel 10
Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie
1. Bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren zijn bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in Hoofdstuk VI van de handhavingsrichtlijn, voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 1, elfde lid, van de mobiliteitsrichtlijn en voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 6 van bijlage 31, deel A, afdeling 2, behorende bij artikel 463, vierde lid, van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst EU-VK.
2. Op verzoek van de bevoegde instantie zijn de aangewezen ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, verplicht:
a. tot invordering van een onherroepelijke administratieve sanctie of boete, opgelegd in een andere lidstaat;
b. tot kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie of boete, opgelegd in een andere lidstaat.
3. De administratieve sanctie of boete, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, kan worden ingevorderd bij dwangbevel.
4. Titel 4.4. van de Algemene wet bestuursrechtis van overeenkomstige toepassing.
5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en de inhoud van het verzoek, bedoeld in het tweede lid.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gronden voor afwijzing van het verzoek, bedoeld in het tweede lid.
2. Op verzoek van de bevoegde instantie zijn de aangewezen ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, verplicht:
a. tot invordering van een onherroepelijke administratieve sanctie of boete, opgelegd in een andere lidstaat;
b. tot kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie of boete, opgelegd in een andere lidstaat.
3. De administratieve sanctie of boete, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, kan worden ingevorderd bij dwangbevel.
4. Titel 4.4. van de Algemene wet bestuursrechtis van overeenkomstige toepassing.
5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en de inhoud van het verzoek, bedoeld in het tweede lid.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gronden voor afwijzing van het verzoek, bedoeld in het tweede lid.