BWBR0039005
Geldig vanaf 16-06-2018
Artikel 25
Nadere voorschriften praktijkopleidingen 2017
1. Bij een beoordeling van een halfjaar- en jaarrapportage stelt een beoordelaar ten minste vast of:
a. het in de halfjaar- en jaarrapportage verwoorde plan en de daarin uitgewerkte (leer-) doelstellingen voor de desbetreffende rapportageperiode op hoofdlijnen zijn gerealiseerd en dat afwijkingen van en aanpassingen op het plan duidelijk zijn aangegeven en gemotiveerd;
b. de werkzaamheden gedurende het opgegeven aantal uren zijn verricht;
c. mede op grond van het oordeel van de praktijkbegeleider bij de opdrachten de werkzaamheden goed zijn uitgevoerd, maar waarbij ook de uitzonderingen en afwijkingen zijn vermeld;
d. de werkzaamheden en de daaraan gekoppelde vaardigheden op het gewenste niveau zijn uitgevoerd respectievelijk zijn eigengemaakt;
e. de behaalde studieresultaten steeds worden vermeld en dat de gevolgen hiervan voor het verdere verloop van de praktijkopleiding in de halfjaar- en jaarrapportage zijn vermeld;
f. de op het vereiste niveau bereikte vaardigheden zijn verkregen in overeenstemming met het desbetreffende deel van de theoretische opleiding dan wel na voltooiing daarvan; en
g. de halfjaar- en jaarrapportage voldoen aan de eisen die daaraan bij en krachtens de verordening mogen worden gesteld.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, beoordeelt een beoordelaar van een halfjaar- en jaarrapportage van een trainee die de praktijkopleiding in de oriëntatie Assurance volgt, of de trainee een verband kan leggen tussen het type organisatie waarop een controle-opdracht waarbij de trainee betrokken is betrekking heeft en de ter zake gekozen risico-benadering.
a. het in de halfjaar- en jaarrapportage verwoorde plan en de daarin uitgewerkte (leer-) doelstellingen voor de desbetreffende rapportageperiode op hoofdlijnen zijn gerealiseerd en dat afwijkingen van en aanpassingen op het plan duidelijk zijn aangegeven en gemotiveerd;
b. de werkzaamheden gedurende het opgegeven aantal uren zijn verricht;
c. mede op grond van het oordeel van de praktijkbegeleider bij de opdrachten de werkzaamheden goed zijn uitgevoerd, maar waarbij ook de uitzonderingen en afwijkingen zijn vermeld;
d. de werkzaamheden en de daaraan gekoppelde vaardigheden op het gewenste niveau zijn uitgevoerd respectievelijk zijn eigengemaakt;
e. de behaalde studieresultaten steeds worden vermeld en dat de gevolgen hiervan voor het verdere verloop van de praktijkopleiding in de halfjaar- en jaarrapportage zijn vermeld;
f. de op het vereiste niveau bereikte vaardigheden zijn verkregen in overeenstemming met het desbetreffende deel van de theoretische opleiding dan wel na voltooiing daarvan; en
g. de halfjaar- en jaarrapportage voldoen aan de eisen die daaraan bij en krachtens de verordening mogen worden gesteld.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, beoordeelt een beoordelaar van een halfjaar- en jaarrapportage van een trainee die de praktijkopleiding in de oriëntatie Assurance volgt, of de trainee een verband kan leggen tussen het type organisatie waarop een controle-opdracht waarbij de trainee betrokken is betrekking heeft en de ter zake gekozen risico-benadering.
- Citeren als
- Art. 25
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039005
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl