BWBR0039005
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 36
Nadere voorschriften praktijkopleidingen 2017
1. Bij aanvang van de praktijkopleiding:
a. Wordt mede aan de hand van een nulmeting beoordeeld over welke vaardigheden en over welke beroepshouding de trainee beschikt en welke vaardigheden verder door de trainee ontwikkeld moeten worden in trainingsdagen.
b. Stelt de trainee in overleg met de praktijkbegeleider een persoonlijk ontwikkelingsplan op.
2. Te ontwikkelen vaardigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden vastgelegd in een trainingsprogramma.
3. Indien een trainee de praktijkopleiding onderbreekt of een dienstverband aangaat met een andere werkgever, stelt de trainee een aangepast persoonlijk ontwikkelingsplan op.
a. Wordt mede aan de hand van een nulmeting beoordeeld over welke vaardigheden en over welke beroepshouding de trainee beschikt en welke vaardigheden verder door de trainee ontwikkeld moeten worden in trainingsdagen.
b. Stelt de trainee in overleg met de praktijkbegeleider een persoonlijk ontwikkelingsplan op.
2. Te ontwikkelen vaardigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden vastgelegd in een trainingsprogramma.
3. Indien een trainee de praktijkopleiding onderbreekt of een dienstverband aangaat met een andere werkgever, stelt de trainee een aangepast persoonlijk ontwikkelingsplan op.
- Citeren als
- Art. 36
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039005
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl