BWBR0043252
Geldig vanaf 08-07-2026
Artikel 13q
Tijdelijke wet Groningen
1. Ter invulling van de zorgplichten voor de brede welvaart en de verduurzaming richting het aardgasvrij gereed maken van woningen in de gemeenten in de provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo stelt Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat en in op overeenstemming gericht overleg met gedeputeerde staten van de provincie Groningen, het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de provincie Groningen alsmede de gemeenten Tynaarlo, Noordenveld en Aa en Hunze in de provincie Drenthe, en het dagelijks bestuur van de waterschappen Noorderzijlvest alsmede Hunze en Aa’s, een uitvoeringsprogramma Rijk vast, teneinde:
a. het niveau van de brede welvaart in het gebied, genoemd in artikel 13o, uiterlijk in 2055 op ten minste het landelijk gemiddelde te brengen;
b. de woningen in het gebied, genoemd in artikel 13p, uiterlijk in 2035, wat isolatie betreft gereed te maken voor aardgasvrij gebruik.
2. Indien partijen, genoemd in het eerste lid, aanhef, in het overleg een gemeenschappelijk standpunt hebben ingenomen dat Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat niet volgt, deelt deze dit mede aan beide Kamers der Staten-Generaal, met vermelding van de redenen daarvan.
3. Het uitvoeringsprogramma Rijk bevat in ieder geval:
a. een afbakening van de relevante aspecten van brede welvaart, bedoeld in artikel 13o, en de invulling daarvan;
b. een nadere invulling van de relevante aspecten van aardgasvrij gereed maken, bedoeld in artikel 13p;
c. een uitwerking van de tussentijdse doelen en streefwaarden ten aanzien van de doelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b met inachtneming van de afbakening en invulling, bedoeld in de onderdelen a en b;
d. de in acht te nemen randvoorwaarden en de voorgenomen maatregelen met het oog op het behalen van de doelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
4. In het uitvoeringsprogramma Rijk kan voor de daarin opgenomen onderdelen, bedoeld in het derde lid, zo nodig onderscheid worden gemaakt tussen gemeenten of onderdelen daarvan in de gebieden, genoemd in de artikelen 13o en 13p.
5. Het uitvoeringsprogramma Rijk wordt ten minste elke vijf jaar opgesteld.
a. het niveau van de brede welvaart in het gebied, genoemd in artikel 13o, uiterlijk in 2055 op ten minste het landelijk gemiddelde te brengen;
b. de woningen in het gebied, genoemd in artikel 13p, uiterlijk in 2035, wat isolatie betreft gereed te maken voor aardgasvrij gebruik.
2. Indien partijen, genoemd in het eerste lid, aanhef, in het overleg een gemeenschappelijk standpunt hebben ingenomen dat Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat niet volgt, deelt deze dit mede aan beide Kamers der Staten-Generaal, met vermelding van de redenen daarvan.
3. Het uitvoeringsprogramma Rijk bevat in ieder geval:
a. een afbakening van de relevante aspecten van brede welvaart, bedoeld in artikel 13o, en de invulling daarvan;
b. een nadere invulling van de relevante aspecten van aardgasvrij gereed maken, bedoeld in artikel 13p;
c. een uitwerking van de tussentijdse doelen en streefwaarden ten aanzien van de doelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b met inachtneming van de afbakening en invulling, bedoeld in de onderdelen a en b;
d. de in acht te nemen randvoorwaarden en de voorgenomen maatregelen met het oog op het behalen van de doelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
4. In het uitvoeringsprogramma Rijk kan voor de daarin opgenomen onderdelen, bedoeld in het derde lid, zo nodig onderscheid worden gemaakt tussen gemeenten of onderdelen daarvan in de gebieden, genoemd in de artikelen 13o en 13p.
5. Het uitvoeringsprogramma Rijk wordt ten minste elke vijf jaar opgesteld.
- Citeren als
- Art. 13q
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043252
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl