BWBR0044063
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 2.1
Aanvullingswet natuur Omgevingswet
1. Besluiten tot aanwijzing van gebieden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbeschermingdie onherroepelijk zijn, gelden als besluiten als bedoeld in artikel 2.44, eerste lid, van de Omgevingswet.
2. Besluiten tot aanwijzing van gebieden als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, van de Wet natuurbeschermingdie onherroepelijk zijn, gelden als besluiten als bedoeld in artikel 2.44, tweede lid, van de Omgevingswet.
3. Besluiten tot aanwijzing van gebieden als bedoeld in artikel 8.3, eerste lid, van de Wet natuurbeschermingdie onherroepelijk zijn, gelden als besluiten als bedoeld in artikel 2.44, derde lid, van de Omgevingswet.
4. Besluiten tot aanwijzing van gebieden als bedoeld in artikel 1.12, tweede lid, van de Wet natuurbeschermingdie onherroepelijk zijn, gelden als besluiten als bedoeld in artikel 2.44, vierde lid, van de Omgevingswet.
5. Besluiten tot aanwijzing van gebieden als bedoeld in artikel 1.12, derde lid, van de Wet natuurbeschermingdie onherroepelijk zijn, gelden als besluiten als bedoeld in artikel 2.44, vijfde lid, van de Omgevingswet.
2. Besluiten tot aanwijzing van gebieden als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, van de Wet natuurbeschermingdie onherroepelijk zijn, gelden als besluiten als bedoeld in artikel 2.44, tweede lid, van de Omgevingswet.
3. Besluiten tot aanwijzing van gebieden als bedoeld in artikel 8.3, eerste lid, van de Wet natuurbeschermingdie onherroepelijk zijn, gelden als besluiten als bedoeld in artikel 2.44, derde lid, van de Omgevingswet.
4. Besluiten tot aanwijzing van gebieden als bedoeld in artikel 1.12, tweede lid, van de Wet natuurbeschermingdie onherroepelijk zijn, gelden als besluiten als bedoeld in artikel 2.44, vierde lid, van de Omgevingswet.
5. Besluiten tot aanwijzing van gebieden als bedoeld in artikel 1.12, derde lid, van de Wet natuurbeschermingdie onherroepelijk zijn, gelden als besluiten als bedoeld in artikel 2.44, vijfde lid, van de Omgevingswet.