BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 9.3g
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Het onderwijs in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening is gericht op de zo spoedig mogelijke doorstroom van de leerling.
2. Een leerling volgt niet langer dan twee jaren onderwijs aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening of een tijdelijke onderwijsvoorziening als bedoeld in artikel 9.5.
3. Het bevoegd gezag plaatst een leerling alleen in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening als:
a. de leerling een nieuwkomer is; en
b. de leerling niet eerder was ingeschreven op een basisschool of een school voor voortgezet onderwijs.
4. In afwijking van het tweede of derde lid kan het bevoegd gezag een nieuwkomer onderwijs laten volgen aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening indien:
a. de nieuwkomer anders geen onderwijs zou kunnen volgen;
b. het belang van de nieuwkomer zich niet verzet tegen het volgen van onderwijs aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening; en
c. de nieuwkomer onmiddellijk voorafgaand aan de plaatsing in de tijdelijke nieuwkomersvoorziening woonachtig was in een andere gemeente.
5. Het bevoegd gezag meldt de afwijking, bedoeld in het vierde lid, onverwijld aan Onze Minister.
2. Een leerling volgt niet langer dan twee jaren onderwijs aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening of een tijdelijke onderwijsvoorziening als bedoeld in artikel 9.5.
3. Het bevoegd gezag plaatst een leerling alleen in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening als:
a. de leerling een nieuwkomer is; en
b. de leerling niet eerder was ingeschreven op een basisschool of een school voor voortgezet onderwijs.
4. In afwijking van het tweede of derde lid kan het bevoegd gezag een nieuwkomer onderwijs laten volgen aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening indien:
a. de nieuwkomer anders geen onderwijs zou kunnen volgen;
b. het belang van de nieuwkomer zich niet verzet tegen het volgen van onderwijs aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening; en
c. de nieuwkomer onmiddellijk voorafgaand aan de plaatsing in de tijdelijke nieuwkomersvoorziening woonachtig was in een andere gemeente.
5. Het bevoegd gezag meldt de afwijking, bedoeld in het vierde lid, onverwijld aan Onze Minister.