BWBR0048272
Geldig vanaf 13-06-2023
Artikel 6
Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
1. Zolang geen Voorzitter is benoemd, treedt als tijdelijk Voorzitter op:
a. een oud-Voorzitter, waarbij de laatst afgetredene voorrang heeft;
b. als er geen oud-Voorzitter beschikbaar is: een oud-Ondervoorzitter, waarbij degene die het langst zitting heeft in de Kamer voorrang heeft, en bij gelijke zittingsduur de oudste in leeftijd;
c. als er ook geen oud-Ondervoorzitter beschikbaar is: het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft, waarbij bij gelijke zittingsduur het oudste lid in leeftijd voorrang heeft.
2. De tijdelijk Voorzitter legt ten overstaan van de vergadering de eed of verklaring en belofte af.
a. een oud-Voorzitter, waarbij de laatst afgetredene voorrang heeft;
b. als er geen oud-Voorzitter beschikbaar is: een oud-Ondervoorzitter, waarbij degene die het langst zitting heeft in de Kamer voorrang heeft, en bij gelijke zittingsduur de oudste in leeftijd;
c. als er ook geen oud-Ondervoorzitter beschikbaar is: het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft, waarbij bij gelijke zittingsduur het oudste lid in leeftijd voorrang heeft.
2. De tijdelijk Voorzitter legt ten overstaan van de vergadering de eed of verklaring en belofte af.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048272
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl