BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 88
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. De verstrekkende autoriteit beschikt over een op schrift gestelde beveiligingsprocedure. In deze beveiligingsprocedure worden in ieder geval maatregelen vastgelegd inzake:
a. de ontvangst, het transport, de bewaring en het beheer van de van de leverancier ontvangen Nederlandse identiteitskaarten, de ingehouden Nederlandse identiteitskaarten, de apparatuur, de programmatuur, de documentatie en de overige materialen;
b. de verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris, bedoeld in het achtste lid;
c. de functiescheiding tussen de bij de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaarten betrokken functionarissen, in het geval van de burgemeester of de gezaghebber;
d. de functiescheiding tussen de bij het beheer en de uitreiking van de reisdocumenten betrokken functionarissen, in het geval van de Minister van Buitenlandse Zaken;
e. de beveiliging van het aanvraagsysteem reisdocumenten, onder meer gericht op het voorkomen van onbevoegde toegang of gebruik van gegevens die in het systeem of tot het systeem behorende opslagmedia zijn opgenomen.
2. Indien het als gevolg van een noodsituatie wegens de omvang van het ambtelijk apparaat niet mogelijk is om gedurende een beperkte periode te voldoen aan de in het eerste lid, onder c, bedoelde functiescheiding, kan daarvan met inachtneming van het derde en vierde lid, worden afgeweken.
3. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt met behulp van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst vastgelegd:
a. de reden waarom tijdelijk niet aan de eis van functiescheiding kan worden voldaan;
b. de periode waarin niet aan de eis van functiescheiding wordt voldaan;
c. de namen van de personen die in de onder b bedoelde periode zijn belast met de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaarten.
4. Na afloop van de periode, bedoeld in het derde lid, controleert de daartoe aangewezen persoon, die in de desbetreffende periode niet betrokken is geweest bij de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaarten, of de schriftelijke vastlegging, bedoeld in het derde lid, aanwezig is en de verstrekking, het beheer en de uitreiking op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden. Indien sprake is van onregelmatigheden wordt gehandeld overeenkomstig artikel 90.
5. De burgemeester of de gezaghebber draagt zorg, dat de bij de uitvoering van de wet betrokken personen regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdingsrisico’s en ten minste eenmaal per jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen ter zake.
6. De beveiligingsprocedure wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast.
7. Ten behoeve van het opstellen en evalueren van de beveiligingsprocedure wordt gebruikgemaakt van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvoor beschikbaar gestelde hulpmiddelen. Afwijkingen van de beveiligingsvoorschriften worden schriftelijk vastgelegd en ten minste vijf jaar naast de beveiligingsprocedure bewaard.
8. De burgemeester of de gezaghebber wijst een beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.
9. De Minister van Buitenlandse Zaken wijst per locatie een beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.
10. De functie van beveiligingsfunctionaris is niet verenigbaar met het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de wet.
11. De taken en verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris worden vastgelegd in een functieomschrijving.
12. De verstrekkende autoriteit draagt er zorg voor dat de beveiligingsfunctionaris in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.
13. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid en het negende tot en met het elfde lid, maken deel uit van de reguliere accountantscontrole van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
14. Van de aanwijzing of de vervanging van de beveiligingsfunctionaris door de burgemeester of de gezaghebber wordt terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.
15. De beveiligingsfunctionaris is rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de verstrekkende autoriteit die hem als zodanig aangewezen heeft.
a. de ontvangst, het transport, de bewaring en het beheer van de van de leverancier ontvangen Nederlandse identiteitskaarten, de ingehouden Nederlandse identiteitskaarten, de apparatuur, de programmatuur, de documentatie en de overige materialen;
b. de verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris, bedoeld in het achtste lid;
c. de functiescheiding tussen de bij de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaarten betrokken functionarissen, in het geval van de burgemeester of de gezaghebber;
d. de functiescheiding tussen de bij het beheer en de uitreiking van de reisdocumenten betrokken functionarissen, in het geval van de Minister van Buitenlandse Zaken;
e. de beveiliging van het aanvraagsysteem reisdocumenten, onder meer gericht op het voorkomen van onbevoegde toegang of gebruik van gegevens die in het systeem of tot het systeem behorende opslagmedia zijn opgenomen.
2. Indien het als gevolg van een noodsituatie wegens de omvang van het ambtelijk apparaat niet mogelijk is om gedurende een beperkte periode te voldoen aan de in het eerste lid, onder c, bedoelde functiescheiding, kan daarvan met inachtneming van het derde en vierde lid, worden afgeweken.
3. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt met behulp van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst vastgelegd:
a. de reden waarom tijdelijk niet aan de eis van functiescheiding kan worden voldaan;
b. de periode waarin niet aan de eis van functiescheiding wordt voldaan;
c. de namen van de personen die in de onder b bedoelde periode zijn belast met de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaarten.
4. Na afloop van de periode, bedoeld in het derde lid, controleert de daartoe aangewezen persoon, die in de desbetreffende periode niet betrokken is geweest bij de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaarten, of de schriftelijke vastlegging, bedoeld in het derde lid, aanwezig is en de verstrekking, het beheer en de uitreiking op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden. Indien sprake is van onregelmatigheden wordt gehandeld overeenkomstig artikel 90.
5. De burgemeester of de gezaghebber draagt zorg, dat de bij de uitvoering van de wet betrokken personen regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdingsrisico’s en ten minste eenmaal per jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen ter zake.
6. De beveiligingsprocedure wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast.
7. Ten behoeve van het opstellen en evalueren van de beveiligingsprocedure wordt gebruikgemaakt van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvoor beschikbaar gestelde hulpmiddelen. Afwijkingen van de beveiligingsvoorschriften worden schriftelijk vastgelegd en ten minste vijf jaar naast de beveiligingsprocedure bewaard.
8. De burgemeester of de gezaghebber wijst een beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.
9. De Minister van Buitenlandse Zaken wijst per locatie een beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.
10. De functie van beveiligingsfunctionaris is niet verenigbaar met het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de wet.
11. De taken en verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris worden vastgelegd in een functieomschrijving.
12. De verstrekkende autoriteit draagt er zorg voor dat de beveiligingsfunctionaris in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.
13. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid en het negende tot en met het elfde lid, maken deel uit van de reguliere accountantscontrole van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
14. Van de aanwijzing of de vervanging van de beveiligingsfunctionaris door de burgemeester of de gezaghebber wordt terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.
15. De beveiligingsfunctionaris is rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de verstrekkende autoriteit die hem als zodanig aangewezen heeft.
- Citeren als
- Art. 88
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl