BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 92
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. De burgemeester, de gezaghebber, de Minister van Buitenlandse Zaken of de Commandant van de Koninklijke Marechaussee die in verband met een handeling op grond van deze regeling een Nederlandse identiteitskaart krijgt overgelegd, gaat aan de hand van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekte lijst van toetsingspunten na of met de desbetreffende Nederlandse identiteitskaart enige onregelmatigheid is gepleegd.
2. De burgemeester, de gezaghebber, de Minister van Buitenlandse Zaken of de Commandant van de Koninklijke Marechaussee die van mening is dat met de Nederlandse identiteitskaart onregelmatigheden zijn gepleegd die geen strafbare feiten opleveren, onttrekt deze Nederlandse identiteitskaart op de in artikel 58, eerste lid, bedoelde wijze definitief aan het verkeer.
2. De burgemeester, de gezaghebber, de Minister van Buitenlandse Zaken of de Commandant van de Koninklijke Marechaussee die van mening is dat met de Nederlandse identiteitskaart onregelmatigheden zijn gepleegd die geen strafbare feiten opleveren, onttrekt deze Nederlandse identiteitskaart op de in artikel 58, eerste lid, bedoelde wijze definitief aan het verkeer.
- Citeren als
- Art. 92
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl