BWBR0001854
Geldig vanaf 01-01-1992
Artikel 348 Sr
Wetboek van Strafrecht — artikel 348
1. Hij die opzettelijk zijn eigen goed of, ten behoeve van degene aan wie het toebehoort, een hem niet toebehorend goed onttrekt aan een pandrecht, een retentierecht of een recht van vruchtgebruik of gebruik van een ander, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk een goed dat is onderworpen aan een pandrecht, een retentierecht of een recht van vruchtgebruik of gebruik van een ander, vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.
3. De bepaling van artikel 316 is op deze misdrijven van toepassing.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk een goed dat is onderworpen aan een pandrecht, een retentierecht of een recht van vruchtgebruik of gebruik van een ander, vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.
3. De bepaling van artikel 316 is op deze misdrijven van toepassing.
- Citeren als
- Art. 348 Sr
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001854
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl