BWBR0001860
Geldig vanaf 2020-10-07
Artikel 234
Faillissementswet
1. Hij die zowel schuldenaar als schuldeiser van de boedel is, kan zijn schuld met zijn vordering op de boedel verrekenen, indien beide zijn ontstaan vóór de aanvang van de surseance of voortvloeien uit een handeling vóór de aanvang van de surseance met de schuldenaar verricht.
2. De vordering op de schuldenaar wordt zo nodig berekend naar de regels in de artikelen 261en 262gesteld.
3. Van de zijde van de boedel kan geen beroep worden gedaan op artikel 136 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
2. De vordering op de schuldenaar wordt zo nodig berekend naar de regels in de artikelen 261en 262gesteld.
3. Van de zijde van de boedel kan geen beroep worden gedaan op artikel 136 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.