BWBR0001973
Geldig vanaf 30-04-1936
Artikel 3
Financieel besluit Warenwet
1. De verzoeken om eene rijksbijdrage als bedoeld in artikel 13, 1ste lid, der wet, worden door het bestuur der centrale gemeente met de daarbij behoorende stukken binnen drie maanden na goedkeuring door Gedeputeerde Staten van de begrooting voor den keuringsdienst (en eventueele aanvullingsbegrootingen) voor het jaar, waarop het verzoek betrekking heeft, gericht tot Onzen Minister.
2. Onze Minister beslist binnen drie maanden nadat het verzoek is ingekomen, indien althans de Rijksbegrooting voor het betreffende jaar binnen dien termijn is vastgesteld en anders zoo spoedig mogelijk. Hij stelt tevens het bedrag der bijdrage vast na den betrokken Inspecteur te hebben gehoord.
3. De bijdrage wordt uitgekeerd aan de centrale gemeente, die dit bedrag onmiddellijk ter beschikking van den dienst stelt.
4. Verzoeken om toekenning van rijksbijdragen in de kosten van den keuringsdienst, die na den gestelden termijn worden ingediend, blijven buiten behandeling. Onze Minister kan op grond van bijzondere omstandigheden van den in den vorigen zin gestelden regel afwijken.
2. Onze Minister beslist binnen drie maanden nadat het verzoek is ingekomen, indien althans de Rijksbegrooting voor het betreffende jaar binnen dien termijn is vastgesteld en anders zoo spoedig mogelijk. Hij stelt tevens het bedrag der bijdrage vast na den betrokken Inspecteur te hebben gehoord.
3. De bijdrage wordt uitgekeerd aan de centrale gemeente, die dit bedrag onmiddellijk ter beschikking van den dienst stelt.
4. Verzoeken om toekenning van rijksbijdragen in de kosten van den keuringsdienst, die na den gestelden termijn worden ingediend, blijven buiten behandeling. Onze Minister kan op grond van bijzondere omstandigheden van den in den vorigen zin gestelden regel afwijken.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001973
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl