BWBR0001973
Geldig vanaf 22-03-1965
Artikel 4
Financieel besluit Warenwet
Bij het verzoek om een rijksbijdrage moet worden overgelegd;
a. eene volledige en uitgewerkte opgave van alle voor het betrokken dienstjaar geraamde exploitatiekosten, onderscheiden in: 1°. salarissen en bijdragen in en toeslagen op pensioen voor het personeel, alsmede eventueel te verleenen wachtgelden;
2°. chemicaliën;
3°. instrumenten en utensiliën, kosten van aanschaffing en van onderhoud;
4°. boeken en tijdschriften;
5°. water, gas en electriciteit;
6°. administratiekosten;
7°. kosten ontstaan door inbeslagneming, bewaring of vernietiging van waren en goederen;
8°. transportmiddelen, de kosten van aanschaffing en van onderhoud, alsmede het bedrag der afschrijving, indien deze plaats heeft;
9°. inrichting, herstel en onderhoud van gebouwen, inrichting, herstel en onderhoud van laboratoria en dienstvertrekken, aanleg en onderhoud van tuinen, onderhoud van terreinen, schoonhouden van gebouwen, laboratoria en dienstvertrekken;
10°. kosten voor verwarming;
11°. aankoop van monsters, als bedoeld in artikel 21, 2de lid, der wet;
12°. reis- en verblijfkosten van het personeel;
13°. huishuur of rente van het schuldrestant van stichtingskosten van het laboratorium en verdere gebouwen van den dienst, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, alsmede rente van het in den inventaris der dienstgebouwen gestoken stichtingskapitaal;
14°. afschrijving wegens waardevermindering van de tot den dienst behoorende gebouwen en andere bezittingen, voor zoover deze laatste eigendom zijn van de centrale gemeente, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5;
15°. kosten van verzekering tegen brandschade;
16°. grond- en andere lasten, voor zoover de gebouwen van den dienst en de daartoe behoorende grond krachtens eigendom of eenig zakelijk recht in het bezit zijn van de centrale gemeente, voor zoover verschuldigd, alsmede voor het geval de bij de dienstgebouwen behoorende grond in erfpacht of opstal is verkregen, het bedrag van den jaarlijkschen canon;
17°. diverse uitgaven, voor zoover niet vallende onder een der voorgaande posten;
18°. onvoorziene uitgaven;
19°. een opgave van een eventueel nog niet verrekend nadelig saldo over enig vorig boekjaar;
1°. salarissen en bijdragen in en toeslagen op pensioen voor het personeel, alsmede eventueel te verleenen wachtgelden;
2°. chemicaliën;
3°. instrumenten en utensiliën, kosten van aanschaffing en van onderhoud;
4°. boeken en tijdschriften;
5°. water, gas en electriciteit;
6°. administratiekosten;
7°. kosten ontstaan door inbeslagneming, bewaring of vernietiging van waren en goederen;
8°. transportmiddelen, de kosten van aanschaffing en van onderhoud, alsmede het bedrag der afschrijving, indien deze plaats heeft;
9°. inrichting, herstel en onderhoud van gebouwen, inrichting, herstel en onderhoud van laboratoria en dienstvertrekken, aanleg en onderhoud van tuinen, onderhoud van terreinen, schoonhouden van gebouwen, laboratoria en dienstvertrekken;
10°. kosten voor verwarming;
11°. aankoop van monsters, als bedoeld in artikel 21, 2de lid, der wet;
12°. reis- en verblijfkosten van het personeel;
13°. huishuur of rente van het schuldrestant van stichtingskosten van het laboratorium en verdere gebouwen van den dienst, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, alsmede rente van het in den inventaris der dienstgebouwen gestoken stichtingskapitaal;
14°. afschrijving wegens waardevermindering van de tot den dienst behoorende gebouwen en andere bezittingen, voor zoover deze laatste eigendom zijn van de centrale gemeente, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5;
15°. kosten van verzekering tegen brandschade;
16°. grond- en andere lasten, voor zoover de gebouwen van den dienst en de daartoe behoorende grond krachtens eigendom of eenig zakelijk recht in het bezit zijn van de centrale gemeente, voor zoover verschuldigd, alsmede voor het geval de bij de dienstgebouwen behoorende grond in erfpacht of opstal is verkregen, het bedrag van den jaarlijkschen canon;
17°. diverse uitgaven, voor zoover niet vallende onder een der voorgaande posten;
18°. onvoorziene uitgaven;
19°. een opgave van een eventueel nog niet verrekend nadelig saldo over enig vorig boekjaar;
b. eene volledige en uitgewerkte opgave van alle voor het betrokken dienstjaar terzake van den keuringsdienst geraamde baten, daaronder begrepen de vergoedingen wegens door den keuringsdienst te verrichten onderzoekingen en een eventueel nog niet verrekend batig saldo van eenig vorig boekjaar;
c. een volledige en uitgewerkte opgave van posten, die geheel ten bate of ten laste van het Rijk komen. De noodige bewijsstukken worden ingeval en voor zoover Onze Minister zulks verlangt, aan dezen overgelegd.
a. eene volledige en uitgewerkte opgave van alle voor het betrokken dienstjaar geraamde exploitatiekosten, onderscheiden in: 1°. salarissen en bijdragen in en toeslagen op pensioen voor het personeel, alsmede eventueel te verleenen wachtgelden;
2°. chemicaliën;
3°. instrumenten en utensiliën, kosten van aanschaffing en van onderhoud;
4°. boeken en tijdschriften;
5°. water, gas en electriciteit;
6°. administratiekosten;
7°. kosten ontstaan door inbeslagneming, bewaring of vernietiging van waren en goederen;
8°. transportmiddelen, de kosten van aanschaffing en van onderhoud, alsmede het bedrag der afschrijving, indien deze plaats heeft;
9°. inrichting, herstel en onderhoud van gebouwen, inrichting, herstel en onderhoud van laboratoria en dienstvertrekken, aanleg en onderhoud van tuinen, onderhoud van terreinen, schoonhouden van gebouwen, laboratoria en dienstvertrekken;
10°. kosten voor verwarming;
11°. aankoop van monsters, als bedoeld in artikel 21, 2de lid, der wet;
12°. reis- en verblijfkosten van het personeel;
13°. huishuur of rente van het schuldrestant van stichtingskosten van het laboratorium en verdere gebouwen van den dienst, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, alsmede rente van het in den inventaris der dienstgebouwen gestoken stichtingskapitaal;
14°. afschrijving wegens waardevermindering van de tot den dienst behoorende gebouwen en andere bezittingen, voor zoover deze laatste eigendom zijn van de centrale gemeente, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5;
15°. kosten van verzekering tegen brandschade;
16°. grond- en andere lasten, voor zoover de gebouwen van den dienst en de daartoe behoorende grond krachtens eigendom of eenig zakelijk recht in het bezit zijn van de centrale gemeente, voor zoover verschuldigd, alsmede voor het geval de bij de dienstgebouwen behoorende grond in erfpacht of opstal is verkregen, het bedrag van den jaarlijkschen canon;
17°. diverse uitgaven, voor zoover niet vallende onder een der voorgaande posten;
18°. onvoorziene uitgaven;
19°. een opgave van een eventueel nog niet verrekend nadelig saldo over enig vorig boekjaar;
1°. salarissen en bijdragen in en toeslagen op pensioen voor het personeel, alsmede eventueel te verleenen wachtgelden;
2°. chemicaliën;
3°. instrumenten en utensiliën, kosten van aanschaffing en van onderhoud;
4°. boeken en tijdschriften;
5°. water, gas en electriciteit;
6°. administratiekosten;
7°. kosten ontstaan door inbeslagneming, bewaring of vernietiging van waren en goederen;
8°. transportmiddelen, de kosten van aanschaffing en van onderhoud, alsmede het bedrag der afschrijving, indien deze plaats heeft;
9°. inrichting, herstel en onderhoud van gebouwen, inrichting, herstel en onderhoud van laboratoria en dienstvertrekken, aanleg en onderhoud van tuinen, onderhoud van terreinen, schoonhouden van gebouwen, laboratoria en dienstvertrekken;
10°. kosten voor verwarming;
11°. aankoop van monsters, als bedoeld in artikel 21, 2de lid, der wet;
12°. reis- en verblijfkosten van het personeel;
13°. huishuur of rente van het schuldrestant van stichtingskosten van het laboratorium en verdere gebouwen van den dienst, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, alsmede rente van het in den inventaris der dienstgebouwen gestoken stichtingskapitaal;
14°. afschrijving wegens waardevermindering van de tot den dienst behoorende gebouwen en andere bezittingen, voor zoover deze laatste eigendom zijn van de centrale gemeente, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5;
15°. kosten van verzekering tegen brandschade;
16°. grond- en andere lasten, voor zoover de gebouwen van den dienst en de daartoe behoorende grond krachtens eigendom of eenig zakelijk recht in het bezit zijn van de centrale gemeente, voor zoover verschuldigd, alsmede voor het geval de bij de dienstgebouwen behoorende grond in erfpacht of opstal is verkregen, het bedrag van den jaarlijkschen canon;
17°. diverse uitgaven, voor zoover niet vallende onder een der voorgaande posten;
18°. onvoorziene uitgaven;
19°. een opgave van een eventueel nog niet verrekend nadelig saldo over enig vorig boekjaar;
b. eene volledige en uitgewerkte opgave van alle voor het betrokken dienstjaar terzake van den keuringsdienst geraamde baten, daaronder begrepen de vergoedingen wegens door den keuringsdienst te verrichten onderzoekingen en een eventueel nog niet verrekend batig saldo van eenig vorig boekjaar;
c. een volledige en uitgewerkte opgave van posten, die geheel ten bate of ten laste van het Rijk komen. De noodige bewijsstukken worden ingeval en voor zoover Onze Minister zulks verlangt, aan dezen overgelegd.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001973
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl