BWBR0001973
Geldig vanaf 30-04-1936
Artikel 5
Financieel besluit Warenwet
Bij de raming van de jaarlijksche kosten van den dienst als bedoeld in artikel 13, 1ste lid, der wet, worden de volgende voorschriften in acht genomen:
a. is of wordt de dienst gevestigd in een huurhuis, dan wordt de huurprijs op de exploitatiebegrooting gebracht;
b. is of wordt de dienst gevestigd in een perceel, dat reeds vroeger eigendom van de centrale gemeente was, dan wordt een nader door Onzen Minister aan te wijzen percentage van de geschatte waarde van het perceel, alsmede van den daarbij behoorenden grond, voor zoover aan de centrale gemeente in eigendom behoorende, als vergoeding van rente van het stichtingskapitaal op de exploitatiebegrooting gebracht. De schatting van de waarde van het perceel en eventueel van den daarbij behoorenden grond geschiedt door drie deskundigen, waarvan één wordt aangewezen door Onzen Minister, één door burgemeester en wethouders der centrale gemeente en de derde door Onzen Commissaris in de provincie, waarin de centrale gemeente is gelegen. In bijzondere gevallen, ter beoordeling van Onzen Minister, kan een hooger of lager percentage wegens waardevermindering als afschrijving op de exploitatiebegrooting worden gebracht;
c. is of wordt de dienst gevestigd in een opzettelijk daarvoor gebouwd perceel, dan wordt op de exploitatiebegrooting gebracht een nader door Onzen Minister aan te wijzen percentage der stichtingskosten als vergoeding van rente van het stichtingskapitaal;
d. is of wordt de dienst gevestigd in een perceel, dat reeds vroeger eigendom van de centrale gemeente was, doch dat verbouwd of uitgebreid is, dan wordt een nader door Onzen Minister aan te wijzen percentage van de geschatte waarde van het perceel vóór de verbouwing of uitbreiding op de exploitatiebegrooting gebracht, vermeerderd met een nader door Onzen Minister aan te wijzen percentage van de verbouwings- of uitbreidingskosten (daaronder begrepen kosten van eventueel voor de verbouwing of uitbreiding aan te koopen of aangekochten grond). De schatting van de waarde van het perceel vóór de verbouwing of uitbreiding geschiedt overeenkomstig het bepaalde onder b, 2de alinea, van dit artikel;
e. aflossing van de kosten van gebouwen of van de inrichting daarvan mag niet op de exploitatiebegrooting worden gebracht;
f. wegens waardevermindering mag als afschrijving op de exploitatiebegrooting worden gebracht een bedrag van 1½ten honderd van: 1. de waarde van de bestaande gebouwen berekend naar de geschatte waarde;
2. de kosten van nieuw gebouwde perceelen en van verbouwing of uitbreiding van bestaande gebouwen, voor zoover Onze Minister hiervoor goedkeuring verleent. In bijzondere gevallen, ter beoordeeling van Onzen Minister, kan een hooger of lager percentage wegens waardevermindering als afschrijving op de exploitatiebegrooting worden gebracht;
1. de waarde van de bestaande gebouwen berekend naar de geschatte waarde;
2. de kosten van nieuw gebouwde perceelen en van verbouwing of uitbreiding van bestaande gebouwen, voor zoover Onze Minister hiervoor goedkeuring verleent. In bijzondere gevallen, ter beoordeeling van Onzen Minister, kan een hooger of lager percentage wegens waardevermindering als afschrijving op de exploitatiebegrooting worden gebracht;
g. afschrijving op de waarde van den grond en van de inrichting van de laboratoria en verdere dienstgebouwen mag niet op de exploitatiebegrooting worden gebracht, tenzij in bijzondere gevallen en met goedkeuring van Onzen Minister;
h. de afschrijvingen, onder f bedoeld, moeten, in verband met de gelijke aflossingen op het stichtingskapitaal, bij de berekening van de rentevergoeding, in dit artikel aangegeven, in aanmerking worden genomen;
i. de aanschaffingskosten van transportmiddelen mogen desgewenscht over den geschatten levensduur gelijkelijk worden verdeeld.
a. is of wordt de dienst gevestigd in een huurhuis, dan wordt de huurprijs op de exploitatiebegrooting gebracht;
b. is of wordt de dienst gevestigd in een perceel, dat reeds vroeger eigendom van de centrale gemeente was, dan wordt een nader door Onzen Minister aan te wijzen percentage van de geschatte waarde van het perceel, alsmede van den daarbij behoorenden grond, voor zoover aan de centrale gemeente in eigendom behoorende, als vergoeding van rente van het stichtingskapitaal op de exploitatiebegrooting gebracht. De schatting van de waarde van het perceel en eventueel van den daarbij behoorenden grond geschiedt door drie deskundigen, waarvan één wordt aangewezen door Onzen Minister, één door burgemeester en wethouders der centrale gemeente en de derde door Onzen Commissaris in de provincie, waarin de centrale gemeente is gelegen. In bijzondere gevallen, ter beoordeling van Onzen Minister, kan een hooger of lager percentage wegens waardevermindering als afschrijving op de exploitatiebegrooting worden gebracht;
c. is of wordt de dienst gevestigd in een opzettelijk daarvoor gebouwd perceel, dan wordt op de exploitatiebegrooting gebracht een nader door Onzen Minister aan te wijzen percentage der stichtingskosten als vergoeding van rente van het stichtingskapitaal;
d. is of wordt de dienst gevestigd in een perceel, dat reeds vroeger eigendom van de centrale gemeente was, doch dat verbouwd of uitgebreid is, dan wordt een nader door Onzen Minister aan te wijzen percentage van de geschatte waarde van het perceel vóór de verbouwing of uitbreiding op de exploitatiebegrooting gebracht, vermeerderd met een nader door Onzen Minister aan te wijzen percentage van de verbouwings- of uitbreidingskosten (daaronder begrepen kosten van eventueel voor de verbouwing of uitbreiding aan te koopen of aangekochten grond). De schatting van de waarde van het perceel vóór de verbouwing of uitbreiding geschiedt overeenkomstig het bepaalde onder b, 2de alinea, van dit artikel;
e. aflossing van de kosten van gebouwen of van de inrichting daarvan mag niet op de exploitatiebegrooting worden gebracht;
f. wegens waardevermindering mag als afschrijving op de exploitatiebegrooting worden gebracht een bedrag van 1½ten honderd van: 1. de waarde van de bestaande gebouwen berekend naar de geschatte waarde;
2. de kosten van nieuw gebouwde perceelen en van verbouwing of uitbreiding van bestaande gebouwen, voor zoover Onze Minister hiervoor goedkeuring verleent. In bijzondere gevallen, ter beoordeeling van Onzen Minister, kan een hooger of lager percentage wegens waardevermindering als afschrijving op de exploitatiebegrooting worden gebracht;
1. de waarde van de bestaande gebouwen berekend naar de geschatte waarde;
2. de kosten van nieuw gebouwde perceelen en van verbouwing of uitbreiding van bestaande gebouwen, voor zoover Onze Minister hiervoor goedkeuring verleent. In bijzondere gevallen, ter beoordeeling van Onzen Minister, kan een hooger of lager percentage wegens waardevermindering als afschrijving op de exploitatiebegrooting worden gebracht;
g. afschrijving op de waarde van den grond en van de inrichting van de laboratoria en verdere dienstgebouwen mag niet op de exploitatiebegrooting worden gebracht, tenzij in bijzondere gevallen en met goedkeuring van Onzen Minister;
h. de afschrijvingen, onder f bedoeld, moeten, in verband met de gelijke aflossingen op het stichtingskapitaal, bij de berekening van de rentevergoeding, in dit artikel aangegeven, in aanmerking worden genomen;
i. de aanschaffingskosten van transportmiddelen mogen desgewenscht over den geschatten levensduur gelijkelijk worden verdeeld.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001973
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl