BWBR0002113
Geldig vanaf 1953-08-01
Artikel 109
Inkwartieringsbesluit
1. Indien een schadeloosstelling voor het voldoen aan een vordering niet binnen een redelijke termijn is uitbetaald, wordt vanaf de datum, waarop deze termijn is verstreken, een rentevergoeding over het bedrag der schadeloosstelling gegeven van 4% per jaar.
2. Als redelijke termijn, bedoeld in het eerste lid, geldt:
a. bij een schadeloosstelling waarvoor een tarief is voorgeschreven: drie maanden na het voldoen aan de vordering;
b. bij een schadeloosstelling waarvoor geen tarief is voorgeschreven: zes maanden na het voldoen aan de vordering.
3. Bij een schadeloosstelling, waarvoor het indienen van een verzoekschrift is voorgeschreven, begint de in het tweede lid bedoelde termijn te lopen vanaf de datum van de indiening van het verzoekschrift, met dien verstande dat bij een schadeloosstelling voor geleden bedrijfsschade als redelijke termijn geldt: een jaar.
4. Indien het betreft schadeloosstellingen, welke in gelijke maandelijkse of andere termijnen worden uitbetaald, geldt, na verloop van de in het tweede en derde lid genoemde termijnen, voor iedere volgende uitbetaling als redelijke termijn: een maand.
5. De rentevergoeding wordt niet gegeven indien en voorzover de te late uitkering is te wijten aan gemis aan medewerking van de rechthebbende of aan overmacht.
2. Als redelijke termijn, bedoeld in het eerste lid, geldt:
a. bij een schadeloosstelling waarvoor een tarief is voorgeschreven: drie maanden na het voldoen aan de vordering;
b. bij een schadeloosstelling waarvoor geen tarief is voorgeschreven: zes maanden na het voldoen aan de vordering.
3. Bij een schadeloosstelling, waarvoor het indienen van een verzoekschrift is voorgeschreven, begint de in het tweede lid bedoelde termijn te lopen vanaf de datum van de indiening van het verzoekschrift, met dien verstande dat bij een schadeloosstelling voor geleden bedrijfsschade als redelijke termijn geldt: een jaar.
4. Indien het betreft schadeloosstellingen, welke in gelijke maandelijkse of andere termijnen worden uitbetaald, geldt, na verloop van de in het tweede en derde lid genoemde termijnen, voor iedere volgende uitbetaling als redelijke termijn: een maand.
5. De rentevergoeding wordt niet gegeven indien en voorzover de te late uitkering is te wijten aan gemis aan medewerking van de rechthebbende of aan overmacht.