BWBR0002113
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 4
Inkwartieringsbesluit
Artikel 4 1 Geen vordering vindt plaats: a. van onroerende zaken, vermeld in de Voorlopige Lijst der Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, opgemaakt door de Rijkscommissie, ingesteld bij Koninklijk besluit van 7 Juli 1903, no. 44, en door de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg, ingesteld bij Koninklijk besluit van 10 Mei 1918, no. 66, tenzij het Hoofd van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg desgevraagd heeft verklaard dat daartegen uit een oogpunt van monumentenzorg geen bezwaar bestaat; b. van onroerende zaken, opgenomen in een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister, wie het mede aangaat, samengestelde lijst, vermeldende gebouwen welke naar hun inhoud of naar het doel, waarvoor zij gebruikt worden, van wetenschappelijke of culturele betekenis zijn, alsmede gebouwen welke uitsluitend gebruikt worden voor de uitoefening van de openbare eredienst; c. van terreinen, welke naar het oordeel van de Houtvester van het Staatsbosbeheer uit een oogpunt van natuur- of landschapsschoon of wegens hun betekenis voor de natuurwetenschappen van bijzonder belang zijn. 2 Onze in het voorgaande lid genoemde Ministers bepalen in hoeverre in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, van het gestelde in het eerste lid kan worden afgeweken. Daaromtrent worden bij de instructie, bedoeld in het derde lid van artikel 28 der wet , nadere voorschriften gegeven. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997