BWBR0002113
Geldig vanaf 1953-08-01
Artikel 3
Inkwartieringsbesluit
1. Geen verstrekkingen worden gevorderd indien daardoor de uitoefening van een beroep of bedrijf in ernstige mate wordt belet of belemmerd.
2. Het in het voorgaande lid gestelde lijdt uitzondering in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, indien en voor zover de commandant, die vordert, van oordeel is dat het belang waarvoor de vordering geschiedt voorrang dient te hebben op de voorziening in de essentiële behoeften van de volkshuishouding, tenzij het betreft zaken en diensten van vitaal belang voor de functionnering van bedrijven, welke zijn opgenomen op een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister, wie het mede aangaat, samengestelde lijst.
2. Het in het voorgaande lid gestelde lijdt uitzondering in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, indien en voor zover de commandant, die vordert, van oordeel is dat het belang waarvoor de vordering geschiedt voorrang dient te hebben op de voorziening in de essentiële behoeften van de volkshuishouding, tenzij het betreft zaken en diensten van vitaal belang voor de functionnering van bedrijven, welke zijn opgenomen op een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister, wie het mede aangaat, samengestelde lijst.