BWBR0002339
Geldig vanaf 2004-10-26
Artikel 4c
Waterleidingbesluit
1. Indien niet wordt voldaan aan tabel II, opgenomen in bijlage A, kan Onze Minister, indien het belang van de volksgezondheid zich daartegen niet verzet en de watervoorziening in het desbetreffende gebied redelijkerwijs niet op een andere wijze kan worden voortgezet, op verzoek van de eigenaar ontheffing verlenen van waarden uit tabel II.
2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan onder beperkingen worden verleend en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. De beperkingen en voorschriften worden gesteld in het belang van de volksgezondheid. In het belang van de volksgezondheid kan de ontheffing worden ingetrokken en kunnen de aan de ontheffing verbonden voorschriften worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.
3. De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend voor een zo kort mogelijke periode van ten hoogste drie jaar.
4. De houder van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister terstond op de hoogte van omstandigheden die er redelijkerwijs toe kunnen leiden dat aan het eind van de periode, bedoeld in het derde lid, niet wordt voldaan aan de in het eerste lid genoemde tabel II.
5. In het geval, bedoeld in het vierde lid, kan Onze Minister op verzoek van de houder van de ontheffing besluiten tot verlenging van de periode waarvoor de ontheffing geldt. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. Nadien is in uitzonderlijke gevallen nog eenmaal op overeenkomstige wijze verlenging mogelijk.
6. Een besluit tot verlening van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid of tot verlenging van de periode waarvoor de ontheffing geldt als bedoeld in het vijfde lid omvat in ieder geval de volgende gegevens:
a. de redenen voor de ontheffing;
b. de parameter waarop de ontheffing betrekking heeft, de resultaten van eerdere metingen in verband met deze parameter en de maximaal toegestane waarde ingevolge de ontheffing;
c. het geografisch gebied, de hoeveelheid geleverd water per dag, het aantal verbruikers en de betrokken bevolkingsgroep alsmede de eventuele gevolgen van de ontheffing voor de levensmiddelenindustrie;
d. een adequaat meetschema, met verhoogde meetfrequentie indien noodzakelijk;
e. een samenvatting van het plan voor de noodzakelijke herstelmaatregelen, waaronder een tijdschema, een kostenraming en voorzieningen voor onderzoek en evaluatie;
f. de periode waarvoor de ontheffing geldt.
2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan onder beperkingen worden verleend en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. De beperkingen en voorschriften worden gesteld in het belang van de volksgezondheid. In het belang van de volksgezondheid kan de ontheffing worden ingetrokken en kunnen de aan de ontheffing verbonden voorschriften worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.
3. De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend voor een zo kort mogelijke periode van ten hoogste drie jaar.
4. De houder van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister terstond op de hoogte van omstandigheden die er redelijkerwijs toe kunnen leiden dat aan het eind van de periode, bedoeld in het derde lid, niet wordt voldaan aan de in het eerste lid genoemde tabel II.
5. In het geval, bedoeld in het vierde lid, kan Onze Minister op verzoek van de houder van de ontheffing besluiten tot verlenging van de periode waarvoor de ontheffing geldt. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. Nadien is in uitzonderlijke gevallen nog eenmaal op overeenkomstige wijze verlenging mogelijk.
6. Een besluit tot verlening van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid of tot verlenging van de periode waarvoor de ontheffing geldt als bedoeld in het vijfde lid omvat in ieder geval de volgende gegevens:
a. de redenen voor de ontheffing;
b. de parameter waarop de ontheffing betrekking heeft, de resultaten van eerdere metingen in verband met deze parameter en de maximaal toegestane waarde ingevolge de ontheffing;
c. het geografisch gebied, de hoeveelheid geleverd water per dag, het aantal verbruikers en de betrokken bevolkingsgroep alsmede de eventuele gevolgen van de ontheffing voor de levensmiddelenindustrie;
d. een adequaat meetschema, met verhoogde meetfrequentie indien noodzakelijk;
e. een samenvatting van het plan voor de noodzakelijke herstelmaatregelen, waaronder een tijdschema, een kostenraming en voorzieningen voor onderzoek en evaluatie;
f. de periode waarvoor de ontheffing geldt.