BWBR0002465
Geldig vanaf 1964-12-01
Artikel 30
Besluit gewetensbezwaren militaire dienst
1. Het aanvragen van vrijstelling van de gewone vervangende dienst dan wel van vrijstelling van vervangende dienst om de reden bedoeld in artikel 15, tweede lid, der wetgeschiedt, mondeling of schriftelijk, door of vanwege de erkende gewetensbezwaarde als regel bij de burgemeester van de gemeente waar hij, wie de aanvraag geldt, als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven dan wel, indien de erkende gewetensbezwaarde niet als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven, bij de burgemeester van ’s-Gravenhage.
2. Van elke aanvraag om vrijstelling geeft de burgemeester terstond een bewijs af aan degene, die de aanvraag heeft gedaan.
3. De aanvraag wordt afgewezen:
a. indien blijkt dat de erkende gewetensbezwaarde reeds van de op hem uit de wet voortvloeiende verplichtingen is ontslagen, voorgoed vrijgesteld, dan wel voorgoed ongeschikt bevonden is;
b. indien blijkt dat de erkende gewetensbezwaarde alleen verplicht is tot het vervullen van buitengewone vervangende dienst tenzij het betreft een aanvraag om vrijstelling om de reden bedoeld in artikel 15, tweede lid, der wet;
c. indien het geldt een aanvraag om vrijstelling wegens kostwinnerschap en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft bepaald, dat vergoeding zal worden toegekend als in artikel 26 der wet bedoeld.
2. Van elke aanvraag om vrijstelling geeft de burgemeester terstond een bewijs af aan degene, die de aanvraag heeft gedaan.
3. De aanvraag wordt afgewezen:
a. indien blijkt dat de erkende gewetensbezwaarde reeds van de op hem uit de wet voortvloeiende verplichtingen is ontslagen, voorgoed vrijgesteld, dan wel voorgoed ongeschikt bevonden is;
b. indien blijkt dat de erkende gewetensbezwaarde alleen verplicht is tot het vervullen van buitengewone vervangende dienst tenzij het betreft een aanvraag om vrijstelling om de reden bedoeld in artikel 15, tweede lid, der wet;
c. indien het geldt een aanvraag om vrijstelling wegens kostwinnerschap en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft bepaald, dat vergoeding zal worden toegekend als in artikel 26 der wet bedoeld.