BWBR0002465
Geldig vanaf 1964-12-01
Artikel 33
Besluit gewetensbezwaren militaire dienst
1. Door of vanwege de erkende gewetensbezwaarde, die vrijstelling verlangt wegens broederdienst, wordt bij de burgemeester aanvraag gedaan tot het opmaken van een verklaring betreffende broederdienst. Uit deze verklaring moet blijken welke broeders van de erkende gewetensbezwaarde volgens opgaaf van de aanvrager dienen of gediend hebben bij de krijgsmacht of bij de toenmalige overzeese krijgsmacht dan wel vervangende dienst vervullen of vervuld hebben en verkeren in een der gevallen, omschreven in het tweede en vierde lid van artikel 18 der wet, en in welk van deze gevallen ieder hunner verkeert.
2. Als tijdstip, bedoeld in het tweede lid van artikel 18 der wet, geldt de datum van 1 januari van het jaar der lichting waarvoor de erkende gewetensbezwaarde voor de dienstplicht is ingeschreven.
3. De aanvraag geschiedt binnen een maand nadat de reden tot het aanvragen van vrijstelling is ontstaan.
2. Als tijdstip, bedoeld in het tweede lid van artikel 18 der wet, geldt de datum van 1 januari van het jaar der lichting waarvoor de erkende gewetensbezwaarde voor de dienstplicht is ingeschreven.
3. De aanvraag geschiedt binnen een maand nadat de reden tot het aanvragen van vrijstelling is ontstaan.