BWBR0002465
Geldig vanaf 1964-12-01
Artikel 50
Besluit gewetensbezwaren militaire dienst
1. Het lid, niet zijnde rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, van de meervoudige kamer van de rechtbank te 's-Gravenhage, bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de wet, alsmede diens plaatsvervangers, leggen, alvorens in bediening te treden, ten overstaan van de rechterlijk ambtenaar, tevens zijnde president van de rechtbank, de eed of belofte af als bedoeld in artikel 1g, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, met dien verstande dat daar waar de formulering de woorden «rechterlijke» of «rechterlijk» bevat, deze woorden achterwege dienen te blijven.
2. Van het afleggen van de eed of belofte wordt een verklaring opgemaakt die aan de beëdigde ter hand wordt gesteld. Een gewaarmerkt afschrift wordt aan Onze Minister van Justitie gezonden.
2. Van het afleggen van de eed of belofte wordt een verklaring opgemaakt die aan de beëdigde ter hand wordt gesteld. Een gewaarmerkt afschrift wordt aan Onze Minister van Justitie gezonden.