BWBR0002564
Geldig vanaf 22-09-1995
Artikel 135
Mijnreglement continentaal plat
1. Alle nodige doelmatige maatregelen moeten worden genomen om brand en ontploffing te voorkomen en om brand op te sporen, te bestrijden en de uitbreiding ervan tegen te gaan. Zonodig moeten brandbarrières worden aangebracht met het oog op de afscheiding van zones waar brandrisico bestaat.
2. Op een mijnbouwinstallatie moeten op doelmatige plaatsen aanwezig zijn:
a. een voldoende aantal branddetectie-, brandbeschermings- en alarmsystemen;
b. een voldoende aantal doelmatige en voor onmiddellijk gebruik gereed zijnde brandblusmiddelen;
c. doelmatige en zo nodig automatisch werkende inrichtingen voor brandblussing of branddoving.
3. De in het eerste lid bedoelde middelen en inrichtingen moeten in goede staat van onderhoud verkeren; de inrichtingen moeten telkens na verloop van ten hoogste een jaar op hun bruikbaarheid worden onderzocht.
4. Op een bemande mijnbouwinstallatie moet een voldoende aantal personen met voldoende ervaring in het gebruik van de in het eerste lid bedoelde middelen aanwezig zijn.
5. Niet-automatische brandbestrijdingsmiddelen moeten gemakkelijk bereikbaar en te bedienen zijn en zo nodig tegen beschadiging zijn beveiligd.
6. Branddetectie- en brandbeschermingssystemen, inrichtingen voor brandblussing of branddoving en alarmsystemen moeten zijn afgeschermd tegen ongelukken en wel op zodanige wijze dat hun functies in noodgevallen operationeel blijven. Zo nodig dienen dergelijke systemen in dubbele uitvoering te zijn aangebracht.
2. Op een mijnbouwinstallatie moeten op doelmatige plaatsen aanwezig zijn:
a. een voldoende aantal branddetectie-, brandbeschermings- en alarmsystemen;
b. een voldoende aantal doelmatige en voor onmiddellijk gebruik gereed zijnde brandblusmiddelen;
c. doelmatige en zo nodig automatisch werkende inrichtingen voor brandblussing of branddoving.
3. De in het eerste lid bedoelde middelen en inrichtingen moeten in goede staat van onderhoud verkeren; de inrichtingen moeten telkens na verloop van ten hoogste een jaar op hun bruikbaarheid worden onderzocht.
4. Op een bemande mijnbouwinstallatie moet een voldoende aantal personen met voldoende ervaring in het gebruik van de in het eerste lid bedoelde middelen aanwezig zijn.
5. Niet-automatische brandbestrijdingsmiddelen moeten gemakkelijk bereikbaar en te bedienen zijn en zo nodig tegen beschadiging zijn beveiligd.
6. Branddetectie- en brandbeschermingssystemen, inrichtingen voor brandblussing of branddoving en alarmsystemen moeten zijn afgeschermd tegen ongelukken en wel op zodanige wijze dat hun functies in noodgevallen operationeel blijven. Zo nodig dienen dergelijke systemen in dubbele uitvoering te zijn aangebracht.
- Citeren als
- Art. 135
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl