BWBR0002564
Geldig vanaf 01-11-1999
Artikel 152b
Mijnreglement continentaal plat
1. In dit artikel wordt onder 'lood' verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Arbeidsomstandighedenbesluit.
2. Bij werkzaamheden bij mijnbouwkundig werk is het bij en krachtens hoofdstuk 4, afdeling 7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. de bestuurders van de betrokken mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming, in de plaats treden van de werkgever en
b. de personen die werkzaam zijn bij mijnbouwkundig werk in de plaats treden van de werknemers;
c. de in artikel 143, eerste lid, bedoelde bedrijfsgeneeskundige dienst, dan wel de in artikel 149a, eerste lid, bedoelde terzake deskundige arts, in de plaats treedt van de in artikel 4.74, tweede en derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde dienst.
3. Voorts zijn, met inachtneming van het tweede lid, onder a, b en c, vrijstellingen, door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op grond van artikel 30, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 verleend van de bij of krachtens hoofdstuk 4, afdeling 7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit vastgestelde voorschriften, van overeenkomstige toepassing.
4. Personen, die arbeid verrichten waarbij gevaar van blootstelling aan lood bestaat, alsmede hun vertegenwoordigers in het bedrijf of de vestiging, moeten doelmatige voorlichting ontvangen over door Onze Minister bij ministeriële regeling aan te wijzen onderwerpen.
5. Onze Minister kan ter bevordering van een goede uitvoering van het tweede lid nadere regels stellen.
2. Bij werkzaamheden bij mijnbouwkundig werk is het bij en krachtens hoofdstuk 4, afdeling 7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. de bestuurders van de betrokken mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming, in de plaats treden van de werkgever en
b. de personen die werkzaam zijn bij mijnbouwkundig werk in de plaats treden van de werknemers;
c. de in artikel 143, eerste lid, bedoelde bedrijfsgeneeskundige dienst, dan wel de in artikel 149a, eerste lid, bedoelde terzake deskundige arts, in de plaats treedt van de in artikel 4.74, tweede en derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde dienst.
3. Voorts zijn, met inachtneming van het tweede lid, onder a, b en c, vrijstellingen, door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op grond van artikel 30, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 verleend van de bij of krachtens hoofdstuk 4, afdeling 7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit vastgestelde voorschriften, van overeenkomstige toepassing.
4. Personen, die arbeid verrichten waarbij gevaar van blootstelling aan lood bestaat, alsmede hun vertegenwoordigers in het bedrijf of de vestiging, moeten doelmatige voorlichting ontvangen over door Onze Minister bij ministeriële regeling aan te wijzen onderwerpen.
5. Onze Minister kan ter bevordering van een goede uitvoering van het tweede lid nadere regels stellen.
- Citeren als
- Art. 152b
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl