BWBR0002564
Geldig vanaf 01-11-1999
Artikel 154f
Mijnreglement continentaal plat
1. In dit artikel wordt onder 'beeldscherm' en 'werkplek' verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Arbeidsomstandighedenbesluit.
2. Bij werkzaamheden bij mijnbouwkundig werk is hoofdstuk 5, afdeling 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. de bestuurders van de betrokken mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming in de plaats treden van de werkgever;
b. de personen die werkzaam zijn bij mijnbouwkundig werk in de plaats treden van de werknemers;
c. het in artikel 5.11 van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde onderzoek in afwijking van het vijfde lid van dat artikel moet worden uitgevoerd door de in artikel 143, eerste lid, van dit besluit bedoelde bedrijfsgeneeskundige dienst, dan wel, bij het ontbreken van een dergelijke dienst, door een terzake deskundige arts.
3. Voorts zijn, met inachtneming van het tweede lid, vrijstellingen, door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op grond van artikel 30, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 verleend van de bij of krachtens hoofdstuk 5, afdeling 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit vastgestelde voorschriften, van overeenkomstige toepassing.
4. De in het tweede lid, onder b, bedoelde personen moeten worden voorgelicht over voorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het werken met beeldschermen. De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, de betrokken personen moeten op de hoogte worden gesteld van alle maatregelen betreffende de veiligheid en de gezondheid, die met toepassing van dit artikel worden genomen.
5. Aan de in het tweede lid, onder b, bedoelde personen moet bovendien een opleiding worden gegeven betreffende de wijze van gebruik van beeldschermen, alvorens zij hiermee beginnen te werken en voorts telkens wanneer de organisatie van de werkplek ingrijpend wordt gewijzigd.
6. Onze Minister kan ter bevordering van een goede uitvoering van het tweede, vierde en vijfde lid nadere regels stellen.
7. De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, de betrokken personen worden geraadpleegd en hebben medezeggenschap omtrent te nemen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid bij het werken met beeldschermen.
2. Bij werkzaamheden bij mijnbouwkundig werk is hoofdstuk 5, afdeling 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. de bestuurders van de betrokken mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming in de plaats treden van de werkgever;
b. de personen die werkzaam zijn bij mijnbouwkundig werk in de plaats treden van de werknemers;
c. het in artikel 5.11 van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde onderzoek in afwijking van het vijfde lid van dat artikel moet worden uitgevoerd door de in artikel 143, eerste lid, van dit besluit bedoelde bedrijfsgeneeskundige dienst, dan wel, bij het ontbreken van een dergelijke dienst, door een terzake deskundige arts.
3. Voorts zijn, met inachtneming van het tweede lid, vrijstellingen, door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op grond van artikel 30, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 verleend van de bij of krachtens hoofdstuk 5, afdeling 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit vastgestelde voorschriften, van overeenkomstige toepassing.
4. De in het tweede lid, onder b, bedoelde personen moeten worden voorgelicht over voorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het werken met beeldschermen. De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, de betrokken personen moeten op de hoogte worden gesteld van alle maatregelen betreffende de veiligheid en de gezondheid, die met toepassing van dit artikel worden genomen.
5. Aan de in het tweede lid, onder b, bedoelde personen moet bovendien een opleiding worden gegeven betreffende de wijze van gebruik van beeldschermen, alvorens zij hiermee beginnen te werken en voorts telkens wanneer de organisatie van de werkplek ingrijpend wordt gewijzigd.
6. Onze Minister kan ter bevordering van een goede uitvoering van het tweede, vierde en vijfde lid nadere regels stellen.
7. De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, de betrokken personen worden geraadpleegd en hebben medezeggenschap omtrent te nemen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid bij het werken met beeldschermen.
- Citeren als
- Art. 154f
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl