BWBR0002668
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 1e
Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen
1. De vervoerder beschikt over een beveiligingsplan met een beschrijving van de wijze waarop het categorie I-, II- of III-materiaal wordt beveiligd. Dit betreft ten minste een omschrijving van de beveiligingsmaatregelen die worden getroffen door de vervoerder om te voldoen aan artikel 1den een verwijzing naar de krachtens dit besluit verleende vergunning of vergunningen.
2. Voorafgaand aan het vervoer stelt de vervoerder een nucleair draaiboek op met de voor dit vervoer specifieke uitwerking van de in artikel 1dbedoelde maatregelen.
3. Voorafgaand aan het vervoer vergewist de vervoerder zich ervan dat alle beveiligingsmaatregelen conform het beveiligingsplan en het nucleaire draaiboek getroffen zijn. De vervoerder vergewist zich eveneens voorafgaand aan het vervoer ervan dat geen ongewenste veranderingen zijn aangebracht aan het collo en aan het vervoermiddel.
4. Bij verordening van de Autoriteit kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld met betrekking tot het beveiligingsplan, het nucleaire draaiboek of andere verplichtingen van de vervoerder.
5. Het beveiligingsplan, bedoeld in het eerste lid, en wijzigingen daarvan die negatieve effecten hebben of kunnen hebben op het beveiligingsniveau van het transport, behoeven de goedkeuring van de Autoriteit.
6. De Autoriteit kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden.
7. De Autoriteit kan de goedkeuring of de daaraan verbonden voorschriften intrekken of wijzigen.
2. Voorafgaand aan het vervoer stelt de vervoerder een nucleair draaiboek op met de voor dit vervoer specifieke uitwerking van de in artikel 1dbedoelde maatregelen.
3. Voorafgaand aan het vervoer vergewist de vervoerder zich ervan dat alle beveiligingsmaatregelen conform het beveiligingsplan en het nucleaire draaiboek getroffen zijn. De vervoerder vergewist zich eveneens voorafgaand aan het vervoer ervan dat geen ongewenste veranderingen zijn aangebracht aan het collo en aan het vervoermiddel.
4. Bij verordening van de Autoriteit kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld met betrekking tot het beveiligingsplan, het nucleaire draaiboek of andere verplichtingen van de vervoerder.
5. Het beveiligingsplan, bedoeld in het eerste lid, en wijzigingen daarvan die negatieve effecten hebben of kunnen hebben op het beveiligingsniveau van het transport, behoeven de goedkeuring van de Autoriteit.
6. De Autoriteit kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden.
7. De Autoriteit kan de goedkeuring of de daaraan verbonden voorschriften intrekken of wijzigen.