BWBR0002668
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 25
Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen
1. Aan een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van splijtstoffen of ertsen kunnen ter voorkoming van schade de volgende voorschriften worden verbonden:
a. het voorschrift, dat de splijtstoffen of ertsen uitsluitend binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied mogen worden gebracht op de plaats die in het voorschrift is vermeld;
b. het voorschrift, dat de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan desverlangd aan een op grond van artikel 58, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar ter inzage moet worden gegeven.
2. Aan een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied doen brengen van splijtstoffen of ertsen kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:
a. het voorschrift, dat de houder van de vergunning de splijtstoffen of ertsen uitsluitend binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied mag doen brengen op een plaats die in het voorschrift is vermeld;
b. het voorschrift, dat de houder van de vergunning de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan ter beschikking moet stellen aan degene, die de splijtstoffen of ertsen binnen of buiten Nederlands grondgebied brengt;
c. het voorschrift, dat de houder van de vergunning er voor dient zorg te dragen, dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaarsetiketten wordt voldaan;
d. het voorschrift dat van de plaats waar de splijtstoffen of ertsen binnen respectievelijk buiten Nederlands grondgebied worden gebracht mag worden afgeweken, indien door een onvoorzien voorval een onbelemmerde doorgang van het vervoer niet meer mogelijk is.
a. het voorschrift, dat de splijtstoffen of ertsen uitsluitend binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied mogen worden gebracht op de plaats die in het voorschrift is vermeld;
b. het voorschrift, dat de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan desverlangd aan een op grond van artikel 58, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar ter inzage moet worden gegeven.
2. Aan een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied doen brengen van splijtstoffen of ertsen kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:
a. het voorschrift, dat de houder van de vergunning de splijtstoffen of ertsen uitsluitend binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied mag doen brengen op een plaats die in het voorschrift is vermeld;
b. het voorschrift, dat de houder van de vergunning de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan ter beschikking moet stellen aan degene, die de splijtstoffen of ertsen binnen of buiten Nederlands grondgebied brengt;
c. het voorschrift, dat de houder van de vergunning er voor dient zorg te dragen, dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaarsetiketten wordt voldaan;
d. het voorschrift dat van de plaats waar de splijtstoffen of ertsen binnen respectievelijk buiten Nederlands grondgebied worden gebracht mag worden afgeweken, indien door een onvoorzien voorval een onbelemmerde doorgang van het vervoer niet meer mogelijk is.