BWBR0002668
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 27
Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen
1. Het in artikel 29, eerste lid, van de wetvervatte verbod zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen of te doen brengen geldt voor:
a. geneesmiddelen en
b. consumentenproducten, met uitzondering van producten en stoffen als bedoeld in het tweede lid.
2. Het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van levensmiddelen, speelgoed, sieraden, cosmetische producten en diervoeder waaraan bij de productie of vervaardiging opzettelijk radioactieve stoffen zijn toegevoegd, is verboden.
3. Het in het eerste lid, onder b, bedoelde verbod geldt niet, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen.
4. Het bij en krachtens artikel 3.17, tweede, derde, zesde en negende lid van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbeschermingbepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het derde lid.
5. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen en handelingen met natuurlijke bronnen die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben.
6. De verplichting, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, geldt niet ingeval er sprake is van een vergunning voor het binnen of buiten het Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van geneesmiddelen of consumentenproducten als bedoeld in het eerste lid.
a. geneesmiddelen en
b. consumentenproducten, met uitzondering van producten en stoffen als bedoeld in het tweede lid.
2. Het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van levensmiddelen, speelgoed, sieraden, cosmetische producten en diervoeder waaraan bij de productie of vervaardiging opzettelijk radioactieve stoffen zijn toegevoegd, is verboden.
3. Het in het eerste lid, onder b, bedoelde verbod geldt niet, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen.
4. Het bij en krachtens artikel 3.17, tweede, derde, zesde en negende lid van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbeschermingbepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het derde lid.
5. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen en handelingen met natuurlijke bronnen die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben.
6. De verplichting, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, geldt niet ingeval er sprake is van een vergunning voor het binnen of buiten het Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van geneesmiddelen of consumentenproducten als bedoeld in het eerste lid.