BWBR0002781
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 3
Rijksreglement ontgrondingen
1. Onze Minister is bevoegd tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning tot ontgronding in de in artikel 1bedoelde wateren en gebieden.
2. een aanvrage tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning wordt in tweevoud bij Onze Minister ingediend.
3. Een aanvrage tot verlening van een vergunning moet inhouden:
a. de naam, het adres en het beroep of bedrijf van de aanvrager;
b. de naam, het adres en het beroep of bedrijf van de eigenaar of eigenaren van de onroerende goederen, waarop de aanvrage betrekking heeft;
c. een beschrijving van het terrein of het water, waarop de aanvrage betrekking heeft, onder vermelding van het huidige gebruik daarvan en van de gemeente en het waterschap waarin het is gelegen;
d. een opgave van de oppervlakte, de wijze van uitvoering en de diepte van de ontgronding dan wel een opgave van de wijze van uitvoering, de maximale diepte en van de hoeveelheid vaste stoffen die met de ontgronding gewonnen kan worden;
e. een opgave van de redenen van de ontgronding en van de aan het afkomende bodemmateriaal te geven bestemming;
f. een beschrijving van de toestand, waarin het terrein of de bodem van het water na de ontgronding wordt gebracht, onder vermelding van de daaraan te geven bestemming.
4. Bij de aanvrage moet eveneens in tweevoud worden overgelegd een tekening met kadastrale aanduiding op een schaal van tenminste 1 : 2500, waarop de te ontgronden onroerende zaken of gedeelten van onroerende zaken en de aangrenzende percelen zijn aangegeven, alsmede een uittreksel uit de basisregistratie kadaster van elk perceel, waarop de aanvrage betrekking heeft. Voor ontgrondingen in de in artikel 1, onder a en onder b, 1e-5e, bedoelde wateren kan met overlegging van een kaart op kleinere schaal, doch niet kleiner dan 1 : 50 000, aanduidende de plaats van de ontgronding, worden volstaan.
5. Op een aanvrage tot wijziging van een vergunning is het bepaalde in het derde en vierde lid, voor zover de daarin bedoelde gegevens en bescheiden niet reeds bij de aanvrage tot verlening van de vergunning zijn verstrekt, van overeenkomstige toepassing.
2. een aanvrage tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning wordt in tweevoud bij Onze Minister ingediend.
3. Een aanvrage tot verlening van een vergunning moet inhouden:
a. de naam, het adres en het beroep of bedrijf van de aanvrager;
b. de naam, het adres en het beroep of bedrijf van de eigenaar of eigenaren van de onroerende goederen, waarop de aanvrage betrekking heeft;
c. een beschrijving van het terrein of het water, waarop de aanvrage betrekking heeft, onder vermelding van het huidige gebruik daarvan en van de gemeente en het waterschap waarin het is gelegen;
d. een opgave van de oppervlakte, de wijze van uitvoering en de diepte van de ontgronding dan wel een opgave van de wijze van uitvoering, de maximale diepte en van de hoeveelheid vaste stoffen die met de ontgronding gewonnen kan worden;
e. een opgave van de redenen van de ontgronding en van de aan het afkomende bodemmateriaal te geven bestemming;
f. een beschrijving van de toestand, waarin het terrein of de bodem van het water na de ontgronding wordt gebracht, onder vermelding van de daaraan te geven bestemming.
4. Bij de aanvrage moet eveneens in tweevoud worden overgelegd een tekening met kadastrale aanduiding op een schaal van tenminste 1 : 2500, waarop de te ontgronden onroerende zaken of gedeelten van onroerende zaken en de aangrenzende percelen zijn aangegeven, alsmede een uittreksel uit de basisregistratie kadaster van elk perceel, waarop de aanvrage betrekking heeft. Voor ontgrondingen in de in artikel 1, onder a en onder b, 1e-5e, bedoelde wateren kan met overlegging van een kaart op kleinere schaal, doch niet kleiner dan 1 : 50 000, aanduidende de plaats van de ontgronding, worden volstaan.
5. Op een aanvrage tot wijziging van een vergunning is het bepaalde in het derde en vierde lid, voor zover de daarin bedoelde gegevens en bescheiden niet reeds bij de aanvrage tot verlening van de vergunning zijn verstrekt, van overeenkomstige toepassing.