BWBR0002781
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 7
Rijksreglement ontgrondingen
1. Ter zake van de behandeling van een aanvrage om een vergunning of wijziging van een vergunning wordt een recht geheven.
2. Het recht bedraagt € 680,67, vermeerderd met een opslag, die wordt berekend met toepassing van de bij dit besluit behorende bijlage.
3. Bij het niet behandelen van de aanvrage wordt het recht met 100% verminderd.
4. In geval van weigering van een vergunning of volledige afwijzing van een aanvrage om wijziging van een vergunning wordt het recht met 50% van de opslag verminderd.
5. Bij intrekking van de aanvrage na het in behandeling nemen van de aanvrage doch vóór de toezending van het ontwerp van de beschikking aan de aanvrager wordt het recht met 50% van de opslag verminderd.
6. Bij intrekking van de aanvrage na de toezending van het ontwerp van de beschikking doch vóór de toezending van de beschikking op de aanvrage aan de aanvrager wordt het recht met 10% van de opslag verminderd.
7. Indien de hoeveelheid vaste stoffen waarop de aanvrage betrekking heeft of, bij een aanvrage om wijziging van een vergunning, de extra hoeveelheid vaste stoffen waarop de aanvrage betrekking heeft, meer bedraagt dan de hoeveelheid waarop de vergunning, onderscheidenlijk de beschikking tot wijziging van een vergunning betrekking heeft, wordt het recht verminderd met het bedrag, berekend met toepassing van de volgende formule: A – B
In deze formule:
stelt A voor: de ter zake van de aanvrage met toepassing van de bij dit besluit behorende bijlage berekende opslag;
stelt B voor: de ter zake van de aanvrage met toepassing van de bij dit besluit behorende bijlage berekende opslag, indien de aanvraag betrekking zou hebben op de hoeveelheid waarop de vergunning onderscheidenlijk de beschikking tot wijziging van de vergunning betrekking heeft.
8. Indien ter zake van de behandeling van de aanvrage afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtniet is toegepast en het recht meer bedraagt dan € 2 268,90, wordt het recht verminderd tot € 2 268,90.
2. Het recht bedraagt € 680,67, vermeerderd met een opslag, die wordt berekend met toepassing van de bij dit besluit behorende bijlage.
3. Bij het niet behandelen van de aanvrage wordt het recht met 100% verminderd.
4. In geval van weigering van een vergunning of volledige afwijzing van een aanvrage om wijziging van een vergunning wordt het recht met 50% van de opslag verminderd.
5. Bij intrekking van de aanvrage na het in behandeling nemen van de aanvrage doch vóór de toezending van het ontwerp van de beschikking aan de aanvrager wordt het recht met 50% van de opslag verminderd.
6. Bij intrekking van de aanvrage na de toezending van het ontwerp van de beschikking doch vóór de toezending van de beschikking op de aanvrage aan de aanvrager wordt het recht met 10% van de opslag verminderd.
7. Indien de hoeveelheid vaste stoffen waarop de aanvrage betrekking heeft of, bij een aanvrage om wijziging van een vergunning, de extra hoeveelheid vaste stoffen waarop de aanvrage betrekking heeft, meer bedraagt dan de hoeveelheid waarop de vergunning, onderscheidenlijk de beschikking tot wijziging van een vergunning betrekking heeft, wordt het recht verminderd met het bedrag, berekend met toepassing van de volgende formule: A – B
In deze formule:
stelt A voor: de ter zake van de aanvrage met toepassing van de bij dit besluit behorende bijlage berekende opslag;
stelt B voor: de ter zake van de aanvrage met toepassing van de bij dit besluit behorende bijlage berekende opslag, indien de aanvraag betrekking zou hebben op de hoeveelheid waarop de vergunning onderscheidenlijk de beschikking tot wijziging van de vergunning betrekking heeft.
8. Indien ter zake van de behandeling van de aanvrage afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtniet is toegepast en het recht meer bedraagt dan € 2 268,90, wordt het recht verminderd tot € 2 268,90.