BWBR0003246
Geldig vanaf 1979-08-14
Artikel 12
Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978
1. De geldigheidsduur van een meetbrief wordt op verzoek van de belanghebbende verlengd, indien bij een controlemeting blijkt dat de gegevens van de meetbrief nog juist zijn. Teneinde te kunnen vaststellen of de gegevens van de meetbrief nog juist zijn moeten de volgende afmetingen van het binnenvaartuig worden gecontroleerd:
a. de lengte en de breedte, alsmede de inzinking van het ledige vaartuig ter plaatse van elk ijkmerk;
b. ingeval het vaartuig blijvende vervormingen heeft: enkele breedten aan de hand van de laatste staat van meting, om na te gaan of de vervormingen vóór of na de laatste meting zijn ontstaan.
2. Van de uitkomst van de controle en van de datum waarop de geldigheidsduur van de meetbrief is verlengd, houdt het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst aantekening in de staat van meting en in de ligger.
3. Tenzij het betreffende bij de Overeenkomst aangesloten land zulks niet toestaat kan de geldigheidsduur van een door een van zijn bureaus van meting afgegeven meetbrief voor een vaartuig, bestemd voor het vervoer van goederen, worden verlengd, overeenkomstig het bepaalde in dit besluit.
4. Van de uitkomst van de controle van een in het buitenland gemeten binnenvaartuig alsmede van de datum waarop de geldigheidsduur van een dergelijke meetbrief is verlengd, moet kennis worden gegeven aan het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst. Laatstgenoemde geeft daarna aan zijn ambtgenoot in het andere land hiervan kennis door middel van het formulier als aangegeven in bijlage 3 van dit besluit.
a. de lengte en de breedte, alsmede de inzinking van het ledige vaartuig ter plaatse van elk ijkmerk;
b. ingeval het vaartuig blijvende vervormingen heeft: enkele breedten aan de hand van de laatste staat van meting, om na te gaan of de vervormingen vóór of na de laatste meting zijn ontstaan.
2. Van de uitkomst van de controle en van de datum waarop de geldigheidsduur van de meetbrief is verlengd, houdt het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst aantekening in de staat van meting en in de ligger.
3. Tenzij het betreffende bij de Overeenkomst aangesloten land zulks niet toestaat kan de geldigheidsduur van een door een van zijn bureaus van meting afgegeven meetbrief voor een vaartuig, bestemd voor het vervoer van goederen, worden verlengd, overeenkomstig het bepaalde in dit besluit.
4. Van de uitkomst van de controle van een in het buitenland gemeten binnenvaartuig alsmede van de datum waarop de geldigheidsduur van een dergelijke meetbrief is verlengd, moet kennis worden gegeven aan het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst. Laatstgenoemde geeft daarna aan zijn ambtgenoot in het andere land hiervan kennis door middel van het formulier als aangegeven in bijlage 3 van dit besluit.