BWBR0003454
Geldig vanaf 1982-05-01
Artikel 12
Metroreglement
1. De profielen van vrije ruimte van elke spoorweg worden door de Minister, de directie gehoord, vastgesteld, geldend voor een boog met een door hem bepaalde straal (referentieboog). Hij bepaalt daarbij in hoeverre de halve breedtematen in bogen met kleinere straal worden vermeerderd en in bogen met grotere straal kunnen worden verminderd.
2. De hartlijn van het profiel van vrije ruimte valt samen met de hartlijn van het spoor en staat loodrecht op het vlak door de bovenkanten van de spoorstaven.
3. Binnen dit profiel mogen zich geen vaste voorwerpen bevinden, tenzij deze voor de veiligheid van het verkeer niet hinderlijk zijn en door de directie zijn toegelaten.
4. Tussen twee samenlopende of elkander kruisende sporen wordt op de door de directie te bepalen wijze de grens aangeduid tot waar voertuigen zich op het ene spoor mogen bevinden, wanneer voertuigen zich over het andere spoor naar die grens bewegen.
2. De hartlijn van het profiel van vrije ruimte valt samen met de hartlijn van het spoor en staat loodrecht op het vlak door de bovenkanten van de spoorstaven.
3. Binnen dit profiel mogen zich geen vaste voorwerpen bevinden, tenzij deze voor de veiligheid van het verkeer niet hinderlijk zijn en door de directie zijn toegelaten.
4. Tussen twee samenlopende of elkander kruisende sporen wordt op de door de directie te bepalen wijze de grens aangeduid tot waar voertuigen zich op het ene spoor mogen bevinden, wanneer voertuigen zich over het andere spoor naar die grens bewegen.