BWBR0003454
Geldig vanaf 1982-05-01
Artikel 32
Metroreglement
1. Wielen bestaan hetzij uit één stuk van wals- of smeedstaal, hetzij uit een wielkern van wals of smeedstaal met een stalen wielband van ten minste 25 mm dikte en een breedte van ten minste 130 mm en ten hoogste 140 mm. Bij volwielen wordt de minimumdikte van de delen die de wielband vervangen, aangegeven door een in de buitenzijde van het wiel ingedraaide groef.
2. Voor wielen, voorzien van een verende stof tussen wielkern en wielband, gelden de volgende eisen onverminderd het elders bepaalde:
a. de wielband mag in normaal bedrijf niet vervormen;
b. overbrenging van de wieldruk mag geen blijvende vervorming van de verende stof ten gevolge hebben;
c. remblokken op de wielband zijn slechts toegelaten, als de vering bij de in normaal bedrijf daaraan gestelde eisen gewaarborgd blijft;
d. ten aanzien van het axiale verenspel is de horizontale verplaatsing van de wielkern ten opzichte van de binnenzijde van de wielband niet groter dan 5 mm;
e. er is een betrouwbare elektrische verbinding tussen wielband en voertuigmassa.
2. Voor wielen, voorzien van een verende stof tussen wielkern en wielband, gelden de volgende eisen onverminderd het elders bepaalde:
a. de wielband mag in normaal bedrijf niet vervormen;
b. overbrenging van de wieldruk mag geen blijvende vervorming van de verende stof ten gevolge hebben;
c. remblokken op de wielband zijn slechts toegelaten, als de vering bij de in normaal bedrijf daaraan gestelde eisen gewaarborgd blijft;
d. ten aanzien van het axiale verenspel is de horizontale verplaatsing van de wielkern ten opzichte van de binnenzijde van de wielband niet groter dan 5 mm;
e. er is een betrouwbare elektrische verbinding tussen wielband en voertuigmassa.