BWBR0003454
Geldig vanaf 1982-05-01
Artikel 26
Metroreglement
1. Elk station is voorzien van een toestel waarmee een spreekverbinding met de centrale treindienstleiderspost snel tot stand kan worden gebracht.
2. De directie bepaalt welke overige verbindingen nodig zijn.
3. In de bediende cabine van een trein, opengesteld voor reizigers niet zijnde personeelsleden is apparatuur aanwezig waarmee een spreekverbinding met de centrale treindienstleiderspost tot stand kan worden gebracht. Betreft het een radio-telefonische spreekverbinding, dan worden hiervoor één of meer vrije frequenties gebruikt, tenzij de Minister anders bepaalt.
4. De Minister kan voor bepaalde baanvakken ontheffing van de in het derde lid genoemde verplichting verlenen.
2. De directie bepaalt welke overige verbindingen nodig zijn.
3. In de bediende cabine van een trein, opengesteld voor reizigers niet zijnde personeelsleden is apparatuur aanwezig waarmee een spreekverbinding met de centrale treindienstleiderspost tot stand kan worden gebracht. Betreft het een radio-telefonische spreekverbinding, dan worden hiervoor één of meer vrije frequenties gebruikt, tenzij de Minister anders bepaalt.
4. De Minister kan voor bepaalde baanvakken ontheffing van de in het derde lid genoemde verplichting verlenen.