BWBR0003709
Geldig vanaf 1985-01-01
Artikel 49
Wet op de stads- en dorpsvernieuwing
1. Met de opsporing van de bij de artikelen 46en 47strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast:
a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren;
b. de door burgemeester en wethouders krachtens artikel 100a, eerste lid, van de Woningwet, aangewezen ambtenaren.
2. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren;
b. de door burgemeester en wethouders krachtens artikel 100a, eerste lid, van de Woningwet, aangewezen ambtenaren.
2. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.