BWBR0003709
Geldig vanaf 1985-01-01
Artikel 51
Wet op de stads- en dorpsvernieuwing
1. In afwijking in zoverre van deze wet kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek van de gemeenteraad een vóór de inwerkingtreding van deze wet onherroepelijk goedgekeurd bestemmingsplan, dat strekt tot behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van het daarin begrepen gebied, gelijkstellen met een stadsvernieuwingsplan.
2. Gelijke bevoegdheid komt Gedeputeerde Staten toe met betrekking tot een bestemmingsplan, als in het eerste lid bedoeld, waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van deze wet ter inzage is gelegd, doch dat eerst ná die inwerkingtreding van kracht is geworden.
3. Gedeputeerde Staten beslissen binnen drie maanden na de dag, waarop zij het verzoek hebben ontvangen. Alvorens te beslissen, horen zij de provinciale stadsvernieuwingscommissie en zo nodig de provinciale planologische commissie. Zij worden geacht het verzoek te hebben ingewilligd indien zij binnen de genoemde termijn geen beslissing aan de gemeenteraad hebben toegezonden.
4. Gedeputeerde staten maken hun besluit zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen vier weken na dagtekening daarvan bekend aan de gemeenteraad. Tegen een afwijzend besluit van gedeputeerde staten kan de gemeenteraad beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5. Gedeputeerde Staten kunnen voorts, in afwijking in zoverre van deze wet, bij hun beslissing omtrent goedkeuring een bestemmingsplan, dat strekt tot behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van het daarin begrepen gebied, waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van deze wet ter inzage is gelegd, gelijkstellen met een stadsvernieuwingsplan.
2. Gelijke bevoegdheid komt Gedeputeerde Staten toe met betrekking tot een bestemmingsplan, als in het eerste lid bedoeld, waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van deze wet ter inzage is gelegd, doch dat eerst ná die inwerkingtreding van kracht is geworden.
3. Gedeputeerde Staten beslissen binnen drie maanden na de dag, waarop zij het verzoek hebben ontvangen. Alvorens te beslissen, horen zij de provinciale stadsvernieuwingscommissie en zo nodig de provinciale planologische commissie. Zij worden geacht het verzoek te hebben ingewilligd indien zij binnen de genoemde termijn geen beslissing aan de gemeenteraad hebben toegezonden.
4. Gedeputeerde staten maken hun besluit zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen vier weken na dagtekening daarvan bekend aan de gemeenteraad. Tegen een afwijzend besluit van gedeputeerde staten kan de gemeenteraad beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5. Gedeputeerde Staten kunnen voorts, in afwijking in zoverre van deze wet, bij hun beslissing omtrent goedkeuring een bestemmingsplan, dat strekt tot behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van het daarin begrepen gebied, waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van deze wet ter inzage is gelegd, gelijkstellen met een stadsvernieuwingsplan.